Aan de oever van de Rotte

Uit Wikisource
Ga naar: navigatie, zoeken

Aan de oever van de Rotte

Auteur Onbekend
Genre(s) Kinderlied
Brontaal Nederlands
Datering Onbekend
Bron "Kampvuurliedje" op school
Auteursrecht Onbekend


Aan de oever van de Rotte is een kinderlied. De tekst luidt:

Aan de oever van de Rotte,
Tussen Delft en Overschie,
Zat een kikvors luid te wenen,
Met een zuig'ling op haar knie.
"Lieve kleine", sprak de oude,
"Zie je ginds die ooievaar?
't Is de moord'naar van je vader,
Hij vrat hem op met huid en haar."
"Potverdorie", sprak de kleine,
"Heeft die rotzak dat gedaan?
Als ik later groot en sterk ben,
Zal 'k 'm op z'n donder slaan."
Nauw'lijks sprak hij deze woorden,
Of daar kwam de ooievaar,
Greep de kleine bij zijn lurven,
En vrat hem op met huid en haar.
Aan de oever van de Rotte,
Tussen Delft en Overschie,
Zat een kikvors luid te wenen,
Zonder zuig'ling op haar knie.


Er bestaan overigens meerdere versies, waarin met name zuigling (=> baby), potverdorie (=> of andere krachterm) verschillen.

[bewerken] Varianten

Elke rivier in de lage landen is waarschijnlijk wel al gebruikt in de plaats van "Rotte" in dit lied: Schelde, Demer, Leie, enz...

Aan de oever van de Rotte,
Tussen Delft en Overschie,
Zat een kikvors luid te wenen,
Met een zuig'ling op haar knie.
"Lieve kleine", sprak de oude,
"Zie je daar die ooievaar?
't Is de moord'naar van je vader,
Hij vrat hem op met huid en haar."
"Potverdorie", sprak de kleine,
"Heeft die rotzak dat gedaan?
Als ik later groot en sterk ben,
Zal 'k 'm op z'n donder slaan."
Jaren later groot geworden.
Zag hij die ooievaar weer staan,
En je zal het niet geloven,
Hij vrat hem op met huid en haar.

In Vlaanderen wordt deze variante veel gezongen:

Aan de oever van de Schelde,
Gans verscholen in het riet,
Zat een kleine jonge kikker,
Bij zijn moeder op haar knie.
"Ziet ge daar", zo sprak de moeder,
"Ziet ge daar die ooievaar?
't Is de moord'naar van je vader,
Hij vrat hem op met huid en haar."
"Potverdomme", zo sprak de kleine,
"Heeft die rotzak dat gedaan?
Als ik groot en sterk zal wezen,
Zal 'k 'm op z'n bakkes slaan."
Ge moet niet wachten, sprak de moeder
Ge moet niet wachten, kleine vriend:
Hij staat te slapen, potverdorie,
Geef hem rap wat hij verdient.
En de kleine, vol couragie,
Sprong tot bij de ooievaar
En hij klopt' hem op zijn bakkes
Maar de vogel wierd het gewaar
Vele jaren zijn verstreken,
En die kleine leeft niet meer,
Maar die ooievaar zijn bakkes,
Doet nog altijd even zeer.


In Mechelen zingen ze het zo:

Aan de oevers van de Daule,
Zat verschoule in et riet,
Ne klaane, joenge kikker,
Ba zan moeder oep de knee.
"Zie ge dàà", zee die moeder,
"Ziede dàà deen oeievaar?
't Is de moerdnaar van a vader,
Ha vrat em oep me-j ôôd en 'aar."
"Potverdoemme", zee die-je klaane,
"Hee' dieje smeirlap da gedaon?
Azzek groet en sterk zal weize,
Zallek em oep zen bakkes slaon."
Veule joare zen verstreike,
En dieje kikker leeft niemier,
Mor deen oeievaar z'n bakkes,
Doe nog altaad eive zjier.


Bij studentenverenigingen wordt de volgende variante veel gezongen:

Aan de oever van de Rotte,
Tussen Delft en Overschie,
Zat een Leidsche kip te wenen,
Met een zuigling op´r knie.
"Lieve kleine", sprak de moeder,
"Zie je daar die Delftenaar?
't zou je vader kunnen wezen,
Ik hou ze niet meer uit elkaar."
"Godverdomme", zei de kleine,
"Heeft die koning dat gedaan?
Als ik later groot en sterk ben,
Zal 'k in zijn schoenen staan."
Nu die kleine, groot geworden,
Zag opnieuw een Leidsche kip,
En je zult het niet geloven,
Ze maakten 's avonds al een wip.
De moraal van deze story,
Het moraal van dit verhaal.
Ik zal nooit meer dronken worden,
Ik zal altijd meer dronken zijn.

Of:

Aan de oever van de Rotte,
Tussen Delft en Overschie,
Zat een kikvors luid te wenen,
Met een kleine op haar knie.
"Lieve kleine", sprak de moeder,
"Zie je daar die ooievaar?
't Is de moord'naar van je vader,
Hij vrat hem op met huid en haar."
"Godverdomme", zei de kleine,
"Heeft die klootzak dat gedaan?
Als ik later groot en sterk ben,
Zal 'k 'm op z'n falie slaan."
Nauw'lijks was hij uitgesproken,
Of daar kwam de ooievaar,
En je zult het niet geloven,
Hij vrat hem op met huid en haar.
De moraal van deze story,
Ligt besloten in't refrein.
Ik zal nooit meer dronken wezen,
Ik zal nooit meer dronken zijn.
'T is de schuld van de jenever,
Maar die rotzooi smaakt zo fijn.

[bewerken] Melodie

Het lied wordt gezongen op de melodie van een Russisch volkslied, "Stenka Razin" (of "Volga, Volga mat' rodnaya" of "Iz-za ostrova na strezhen" (Из-за острова на стрежень))

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
zusterprojecten
Afdrukken/exporteren
Hulpmiddelen