Adama van Scheltema/Ach waar ik ga
Uit Wikisource
Ach waar ik ga
Ach waar ik ga en wat ik leve,
- En wat ik schrei en wat ik lijd -
Ik ben datzelfde kind gebleven
- Van vroeger tijd!
Ach ik ken ál diezelfde zonden,
- Ach ik lijd ál diezelfde smart -
Diezelfde "andre kindren" wonden
- Mijn kinderhart!
Ach 'k kom dien tijd niet meer te boven,
- Hoe ik ook doe en wat ik wensch -
Ik moet toch altijd weer gelooven
- Aan een "groot mensch"!
Ach 'k ben niet voor "groot mensch" geboren,
- Ik leef en lijd als in die jeugd, -
Ik heb maar één lief ding verloren: -
- Die kindervreugd!
O! laat mij dan nog 't leven wanen
- Zoo mooi als 'k toen het leven zag -
En laat mij met die kindertranen
- Dien kinderlach!