Adama van Scheltema/Heimwee
Uit Wikisource
Heimwee
- Moeder, toen 'k lang geleden nog uw jongen,
Uw blijde eerstling was en nauw geboren,
had ik u eens, voor éénen dag, verloren —
- En ’t eerste leed was aan mijn hals gesprongen.
- Toen, weer terug, heb ik mijn hoofd gedrongen,
Aan uw warm hart, gefluisterd aan uw ooren,
Om weer uw zoete moederwoord te hooren
- Toen hebt gij mij zachtjes in slaap gezongen.
Moeder, ik ben alleen in verre landen!
- Ik kan niet meer in uw oogen lezen,
Ik kan niet schreien in uw milde handen;
- O! mocht ik ééns nog aan uw schoot genezen!
Nog éénmaal toeven bij die trouwe wanden
- Moeder! nog ééns uw arme jongen wezen!