Adama van Scheltema/Herinnering
Uit Wikisource
Herinnering
Soms dwaalt mijn geest op eens weer naar uw henen,
- En ruischt door mij een golf van dat verleden,
- En welt naar mijne lippen weer die bede -
Mijn hoofd aan uwen schoot te mogen lenen.
- Dan zie ik peinzend naar uw vingerleden,
En poog ik om aan mijn liefde weer te weenen -
Totdat langzaam uw beeltnis is verdwenen
- En wegzinkt van het lichtelooze heden.
Zal ik dan van die liefde éénmaal genezen -
- Eénmaal uw dierbaar aangezicht vergeten -
- Eénmaal niet om uw zoeten naam meer beven?
Ach! nu ik opzie van uw vage wezen,
- Voel ik op eens een vreestlijk ding te weten: -
- Dat ik al heel lang dood ben in dit leven!