Adama van Scheltema/In de waaiende helmen
Uit Wikisource
In de waaiende helmen
De wind waait over de wereld,
- Door het duin en het zand en de zee,
Al die halmen die buigen - die buigen -
- En ik buig ook een klein beetje mee.
En ik kijk naar die zee en die wereld,
- En die duine' en die golve', en ik strooi
Al dat bleeke zand door mijn vingers -
- Ik vind het leven toch eig'lijk niet mooi!
Hoor: de wind waait over de wereld -
- En hij buigt me al een beetje opzij - -
Ach laat me hier maar blijve' in die halmen
- En laat me maar worden als zij!