Adama van Scheltema/Verlangen
Uit Wikisource
Verlangen
De avond ruischt door de akkerlanden
- En draagt met eenen zoeten zucht
Uit mijne warme stille handen
- De geuren naar de verre lucht,
- Naar - naar ik weet niet wat
De avondwind begint te waaien,
- Ik voel hem aan mijn lijf, mijn haar,
De fluisterende boomen zwaaien
- En buigen al maar samen naar -
- Naar ik - ik weet niet wat.
De avond waait aan mijne wangen -
- Ik bijt de kleine bloemen stuk,
En voel een nameloos verlangen
- Naar 'n vrucht - een vrouw - naar 'n groot geluk,
- Naar - God ik weet niet wat!