Adama van Scheltema/Zomer (Eenzame Liedjes)
Uit Wikisource
Zomer
Daar ben 'k gekuierd
- Door 't zomerland,
Daar rook ik, luierd,
- Van alderhand: -
Dat oude gehuchie -
- Zoo'n boerennest,
Dat lauwe luchie
- Van melk en mest;
Dat blomzoet hegje
- Vol zacht getier,
Dat wierook-wegje
- Van witte vlier;
En 't Hollandsch weitje,
- Dat reukaltaar,
Dat bloeipartijtje
- Van allegaar;
En nog zoo'n bedje
- Van hei en tijm,
Zoo'n paars boeketje -
- Dat wrijf je fijn!
En ach! zoo'n vleugje
- Van 't warme woud,
Zoo'n hartig teugje
- In 't dennenhout! -
Die luchies woeien
- Zoo in mijn mmond,
Tot ik te bloeien
- en blozen stond.
Daar groeide' al struiken
- Rondom mijn hoed -
Mijn ziel ging ruiken
- Van al dat goed!
En 's avonds keek ik
- Zoo stil en stom -
Ach, toen geleek ik
- Een oude blom!
God zag me, en zei me:
- "Wat doe jij daar?"
"Och" zei 'k "kom bij me
- En pluk me maar!"