Annalen I, 16-23

Uit Wikisource

Ga naar: navigatie, zoeken
Annalen - Boek I, 16 t/m 23

16 - 17 - 18 - 19 - 20 - 21 - 22 - 23 - Noten


[bewerken] Opstand in Pannonia

[bewerken] XVI

1 Zo was de stand van zaken in de stad, toen opruiing de geest van verzet bij de Pannonische legioenen heeft aangetast, door niet één enkel nieuwe reden, tenzij dat de verandering van princeps het verlof was voor opschuddingen en de hoop op buit bij oorlog voorhield.
2 De zomerkwartieren werden bezet door samen drie legioenen, onder landvoogd Iunius Blaesus was, die, over de dood van Augustus en de aanvang van Tiberius’ regering vernemend, wegens openbare rouw of vreugde de gebruikelijke klusjes had gestaakt. Dit is de oorzaak waarom de soldaten losbandig zijn, muiten, het oor lenen aan slechte mensen en hun praatjes, en dan ook verlangen naar weelde en nietsdoen, discipline en karweitjes versmaden.
3 In het kamp was een zekere Percennius, die lange tijd aanvoerder van applausmeesters bij het theater geweest was, daarna gewoon soldaat, scherpe tong en in staat een vergadering in beroering te brengen door wat hij opgestoken had van de lessen van de toneelspelers. Door hun onervaren en onzekere geesten over de toestand van posities na Augustus brachten de een na de andere tot nachtelijke vergaderingen, of, door een kentering in de loop van de nacht terwijl de meest rechtschapene zich verstrooiden, verenigden juist de kwaadaardigste zich.
Afkomstig van Wikisource NL, de Vrije Bron. "http://nl.wikisource.org/wiki/Annalen_I,_16-23"
Persoonlijke instellingen