Bilderdijk/Rotsgalmen, deel 2
Uit Wikisource
|
Rotsgalmen, deel 2 |
|
| Auteur | Willem Bilderdijk |
| Genre(s) | Poëzie |
| Brontaal | Nederlands |
| Verschenen | 1824 |
| Bron | Lauerens Janszoon Coster Project |
| Auteursrecht | Publiek domein |
Inleiding Rotsgalmen deel 2
« Zijn det verzen waar een Dichter
» Lof en lauwerblaân van hoopt,
» Of de Onsterflijkheid meê koopt ? — »
Neen, die wint men eindloos lichter
In deze Eeuw van razerny:
Vlei haar slechts in al haar zotheên,
Kniel voor de opgeworpen Godheên,
Heb de schreeuwers aan uw zij,
En uw krachtelooze vaerzen,
Stappen ze in Dragonders laarzen,
Zijn verheven Melody.
Neen, ook zelfs in wijzer dagen
Dong een droomrig Grijzaarts lied
Naar Permessus eerloof niet,
Waar men sprongen voor moet wagen.
Neen, ik kruip maar langs den grond,
En by zoo veel Dichtrenzwermen
Wier trofeên mijn kachels warmen
By de winteravondstond,
(Vraagt niet, of door eigen hitte
Die hun Febusboom bezitte,)
Brom ik slechts ter halver mond.
Wacht dus, Vrienden, in mijn galmen
’t Klaatren van trompet noch Luit
Dat op zwerk of muren stuit;
Wacht geen tjilpend zoet der halmen
Dat wellustige ooren streel’;
Neen, verwacht slechts zielsgevoelens,
Na een leeftijd tobbens, woelens,
Voor eens menschenkracht te veel,
Nu wanhopig, dan te vreden
Doorgeworsteld, doorgestreden,
Uit een langverstramde keel
1824. B.
[bewerk] Inhoud
- Homerus
- Geluk
- Napraten
- Gedenkdag van Waterloo Lierzang.
- Aan ’t hereenigd Nederland
- De Oranjeboom
- Storm
- Gramschap
- Aan Olinde
- Lalage
- Te rug keer
- Aan Chloë
- Bacchus Parodie
- Verjaring
- Schaduwbeeld van mijn overleden Zoon
- Zucht der bejammering
- Aan de Vaderlandsche jongelingschap
- Hoop
- Moeders
- Zinstaal
- Zwermzwarreling
- Sterven
- De schoonste Lusthof
- In het album
- Lust en Liefde
- Op mijne afbeeldingen
- Aan een stokoud vriend, tot verjaring
- De razende dwingzucht
- Bemoediging
- Moed
- In een vriendenrol
- Winter
- Lentebede
- Medeelzaamheid
- Toekomst
- Zucht
- Aan de vrouw
- De bruid
- ’t Beklag van Motanabbi
- Blindheid
- Clotilde aan haar zuigling
- De sneeuwen Vrouw van Sint Franciscus
- Clotilde aan haren Gemaal
- Hollands val
- Oud Hollandsche strijdzang
- Graaf Floris de Vijfde aan Agnes van der Sluis
- Aanteekeningen op de twee laatste Stukken

