Handvest van het Internationaal Militair Tribunaal
|
Handvest van het Internationaal Militair Tribunaal |
|
| Auteur | Ondertekende partijen |
| Genre(s) | Verdrag |
| Brontaal | Engels |
| Datering | 1945 |
| Bron | [1] |
| Auteursrecht | Publiek domein |
|
Meer over Handvest van het Internationaal Militair Tribunaal op Wikipedia |
|
Handvest van het Internationaal Militair Tribunaal
[bewerken] HOOFDSTUK I - SAMENSTELLING VAN HET INTERNATIONAAL MILITAIR TRIBUNAAL
Artikel 1 - Oprichting
In toepassing van het Akkoord getekend op 8 augustus 1945, door de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Regering van de Verenigde Staten van Amerika, de Voorlopige Regering van de Franse Republiek en de Regering van de Unie van de Socialistische Sovjet Republieken, zal een Internationaal Militair Tribunaal (hierna genoemd ‘het Tribunaal’) opgericht worden voor de rechtvaardige en snelle berechting en bestraffing van de belangrijkste oorlogsmisdadigers van de Europese Asmogendheden.
Artikel 2 - Samenstelling
Het Tribunaal zal bestaan uit vier leden, elk met een plaatsvervanger. Een lid en een plaatsvervanger zal aangesteld worden door elk van de ondertekenende Partijen. De plaatsvervangers zullen, zoveel het voor hen mogelijk is, aanwezig zijn op alle zittingen van het Tribunaal. In geval van ziekte van een lid van het Tribunaal of van de onmogelijkheid om enige andere reden om zijn functie te vervullen, zal de plaatsvervanger zijn plaats innemen.
Artikel 3 - Status van het Tribunaal
Noch het Tribunaal, noch zijn leden of hun plaatsvervangers kunnen in vraag worden gesteld door de aanklager, door de beklaagden of hun raadgevers. Iedere ondertekenende Partij kan haar lid van het Tribunaal of zijn plaatsvervanger vervangen om gezondheidsredenen of om andere goede redenen, behalve dat er geen vervanging - anders dan door een plaatsvervanger - mag plaatshebben tijdens een proces.
Artikel 4 - Werking
(a) De aanwezigheid van alle vier de leden van het Tribunaal, of de plaatsvervanger voor ieder afwezig lid, zal noodzakelijk zijn om het quorum te vormen.
(b) De leden van het Tribunaal zullen voor de aanvang van ieder proces, onderling overeenkomen over de aanduiding van een Voorzitter onder hen, en de Voorzitter zal voor de duur van dit proces zetelen, tenzij anders wordt overeengekomen bij stemming van niet minder dan drie leden. Het principe van de rotatie van het voorzitterschap voor opeenvolgende zittingen werd overeengekomen. Indien echter een zitting van het Tribunaal plaatsheeft op het grondgebied van een van de vier ondertekenende Partijen, zal de vertegenwoordiger bij het tribunaal van die ondertekenende Partij voorzitten.
(c) Behalve het voorgaande zal het Tribunaal beslissingen nemen met meerderheid van stemmen en in geval van staking van stemmen zal de stem van de Voorzitter doorslaggevend zijn; steeds in acht nemend dat veroordelingen en straffen slechts kunnen worden opgelegd met bevestigende stemmen van tenminste drie leden van het Tribunaal.
Artikel 5 - Andere Tribunalen
In geval van nood en afhankelijk van het aantal zaken die voorliggen, kunnen andere Tribunalen opgericht worden; en de oprichting, functies en procedures van ieder Tribunaal zullen identiek zijn, en zullen worden beheerst door dit Handvest.
[bewerken] HOOFDSTUK II - JURISDICTIE EN ALGEMENE PRINCIPES
Artikel 6 - Materiële bevoegdheid
Het Tribunaal opgericht door het Akkoord aangehaald in artikel 1 voor de berechting en de bestraffing van de belangrijkste oorlogsmisdadigers van de Europese Asmogendheden, zal bevoegd zijn de personen te berechten en te bestraffen die een van de volgende misdaden pleegden, handelend in het belang van de Europese Asmogendheden, hetzij als individu of als lid van organisaties.
De volgende daden, of één ervan, zijn misdaden die vallen binnen de jurisdictie van het Tribunaal en waarvoor individuele verantwoordelijkheid geldt:
(a) ‘Misdaden tegen de vrede’: namelijk, het plannen, voorbereiden, beginnen, of voeren van een agressieoorlog, of een oorlog in strijd met internationale verdragen, overeenkomsten of garanties, of de deelname aan een gemeenschappelijk plan of samenzwering voor het verwezenlijken van een van het voorgaande;
(b) ‘Oorlogsmisdaden’: namelijk, schendingen van de wetten of gebruiken van de oorlog. Deze schendingen omvatten, maar zijn niet beperkt tot, moord, mishandeling of deportatie voor slavenarbeid of voor enig ander doel van de burgerbevolking van of in een bezet gebied, moord of mishandeling van krijgsgevangenen of personen op zee, het doden van gijzelaars, het plunderen van openbaar of privaat eigendom, moedwillige vernieling van steden, gemeenten of dorpen niet gerechtvaardigd door militaire noodzaak;
(c) ‘Misdaden tegen de mensheid’: namelijk, moord, uitroeiing, slavernij, deportatie, en andere onmenselijke daden begaan tegen eender welke burgerbevolking, voor of tijdens de oorlog; of vervolging op politieke, racistische of religieuze gronden in uitvoering van of in verband met één van de misdaden binnen de bevoegdheid van het Tribunaal, al dan niet in overtreding met de interne wetgeving van het land waar ze werden begaan. De leiders, organisatoren, aanstokers en medeplichtigen die deelnemen in het formuleren of uitvoeren van een gezamenlijk plan of samenzwering om een van voorgaande misdaden te plegen zijn verantwoordelijk voor alle daden gesteld door iedere persoon in de uitvoering van zo’n plan.
Artikel 7 - Officiële posities
De officiële positie van de beklaagden, zij het als staatshoofd of als verantwoordelijke functionaris in overheidsdepartementen, zal hen niet vrijwaren van verantwoordelijkheid of de straf verminderen.
Artikel 8 - Hoger bevel
Het feit dat de beklaagde handelde in uitvoering van bevelen van zijn Overheid of van een overste zal hem niet vrijspreken van verantwoordelijkheid, maar kan in acht genomen worden voor strafvermindering indien het Tribunaal oordeelt dat rechtvaardigheid dit vereist.
Artikel 9 - Criminele organisaties
Tijdens het proces van een individueel lid van een groep of organisatie kan het Tribunaal verklaren (in verband met eender welke daad waarvoor het individu veroordeeld kan worden) dat de groep of organisatie waartoe het individu behoorde een criminele organisatie was.
Na ontvangst van de aanklacht zal het Tribunaal hiervan kennis geven als het het gepast vindt dat de aanklager de intentie heeft het Tribunaal te vragen een dergelijke verklaring af te leggen, en ieder lid van de organisatie zal het recht hebben het Tribunaal om toestemming te verzoeken gehoord te worden door het Tribunaal over de zaak van de criminele aard van de organisatie. Het Tribunaal heeft de bevoegdheid dit verzoek te aanvaarden of te verwerpen. Wordt het verzoek aanvaard, dan kan het Tribunaal verordenen op welke wijze de verzoeker zal worden vertegenwoordigd en gehoord.
Artikel 10 - Bevoegdheid nationale rechtbanken voor bestraffing van lidmaatschap van een criminele groep
In de gevallen waar een groep of organisatie crimineel verklaard wordt door het Tribunaal, zal de bevoegde nationale overheid van iedere ondertekenende Partij het recht hebben individuen te berechten voor hun lidmaatschap, voor nationale, militaire of bezettingsrechtbanken. In al deze gevallen zal de criminele aard van de groep of organisatie als bewezen beschouwd worden en niet meer in vraag gesteld worden.
Artikel 11 - Strafbepaling voor lidmaatschap van een criminele groep
Iedere door het Tribunaal veroordeelde persoon kan voor een nationale, militaire of bezettingsrechtbank, waarvan in artikel 10 van dit Handvest sprake, aangeklaagd worden voor een ander misdaad dan het lidmaatschap van een criminele groep of organisatie en deze rechtbank kan, na hem veroordeeld te hebben, een strafmaat opleggen onafhankelijk van en in meerdering van de straf opgelegd door het Tribunaal voor deelname aan de criminele activiteiten van zulke groep of organisatie.
Artikel 12 - Afwezigheid van verdachte
Het Tribunaal zal het recht hebben handelingen tegen een persoon, aangeklaagd wegens misdaden vermeld in artikel 6, in zijn afwezigheid te verrichten, indien hij niet werd gevonden of indien het Tribunaal het, om welke reden ook, in het voordeel van het gerecht noodzakelijk vindt de zitting in zijn afwezigheid te houden.
Artikel 13 - Opstelling procedureregels
Het Tribunaal zal procedureregels opstellen. Deze regels zullen niet onverenigbaar zijn met de bepalingen van het Handvest.
[bewerken] HOOFDSTUK III - COMITE VOOR HET ONDERZOEK EN DE VERVOLGING VAN BELANGRIJKE OORLOGSMISDADIGERS
Artikel 14 - Hoofdaanklagers
Iedere ondertekenende Partij zal een Hoofdaanklager aanstellen voor het onderzoek van de aanklachten tegen en de vervolging van belangrijke oorlogsmisdadigers.
De Hoofdaanklagers zullen als een comité handelen voor volgende doeleinden:
(a) om een plan overeen te komen voor het individuele werk van iedere hoofdaanklager en zijn staf;
(b) om de finale aanduiding van de belangrijke oorlogsmisdadigers die voor het Tribunaal berecht zullen worden, vast te leggen;
(c) om de aanklacht en de documenten die daarbij moeten worden voorgelegd, goed te keuren;
(d) om de aanklacht en de begeleidende documenten voor te leggen aan het Tribunaal,
(e) om een ontwerp van de procedureregels, zoals beschouwd in artikel 13 van dit Handvest, op te stellen en voor goedkeuring aan te bevelen bij het Tribunaal. Het Tribunaal zal de bevoegdheid hebben de aanbevolen regels, met of zonder aanpassingen, te aanvaarden of te verwerpen.
Het Comité zal in bovenvermelde zaken bij meerderheid van stemmen handelen en zal een Voorzitter aanduiden indien het aangewezen is en overeenkomstig het rotatieprincipe: in geval er een staking van stemmen is over de aanduiding van een beklaagde voor berechting door het Tribunaal of over de misdaden die hem ten laste zullen worden gelegd, zal het voorstel aanvaard worden dat werd gedaan door de partij die voorstelde dat deze beklaagde in het bijzonder zou terechtstaan, of dat de bepaalde aanklachten zouden uitgebracht worden.
Artikel 15 - Taken Hoofdaanklagers
De Hoofdaanklagers zullen individueel, en in samenwerking met elkaar, ook de volgende taken op zich nemen:
(a) het onderzoeken, verzamelen en voorleggen voor of tijdens het proces van alle nodige bewijsstukken;
(b) het voorbereiden van de aanklacht voor goedkeuring door het Comité overeenkomstig paragraaf (c) van artikel 14 van deze;
(c) het voorafgaand onderzoek van alle nodige getuigen en van de beklaagden;
(d) het optreden als aanklager tijdens het proces;
(e) vertegenwoordigers aan te stellen om deze taken uit te voeren die hen toegewezen kunnen worden;
(f) alle zaken te ondernemen die hen nodig lijken voor de voorbereiding en het verloop van het proces.
Het is begrepen dat geen getuige of beklaagde die gedetineerd wordt door een van de ondertekenende Partijen van onder de hoede van deze ondertekenende Partij kan worden genomen, zonder zijn toestemming.
[bewerken] HOOFDSTUK IV - EERLIJK PROCES VOOR BEKLAAGDEN
Artikel 16 - Garanties voor een eerlijk proces
Om een eerlijk proces te verzekeren voor de beklaagden, zal de volgende procedure gevolgd worden:
(a) De aanklacht zal alle bijzonderheden bevatten met detail van de aanklacht tegen de beklaagden. Een kopij van de aanklacht en alle documenten voorgelegd met de aanklacht, zal op een redelijk tijdstip voor het proces aan de beklaagde overgemaakt worden, vertaald in een taal die hij begrijpt.
(b) Tijdens ieder voorafgaand onderzoek of proces van een beklaagde zal deze het recht hebben iedere relevante toelichting te geven bij de feiten die hem ten laste worden gelegd.
(c) Een voorafgaand onderzoek van een beklaagde en zijn proces zullen in een taal gevoerd worden die hij verstaat, of zal hierin vertaald worden.
(d) Een beklaagde zal het recht hebben zijn eigen verdediging te voeren voor het Tribunaal of zich door een raadsman te laten bijstaan.
(e) Een beklaagde zal het recht hebben om zelf of door middel van zijn raadsman bewijs voor te leggen tijdens het proces ter ondersteuning van zijn verdediging, en alle getuigen opgeroepen door de aanklager te onderwerpen aan een kruisverhoor.
[bewerken] HOOFDSTUK V - BEVOEGDHEDEN VAN HET TRIBUNAAL EN VERLOOP VAN HET PROCES
Artikel 17 - Bevoegdheid Tribunaal
Het Tribunaal zal de bevoegdheid hebben:
(a) om getuigen op te roepen tijdens het proces en om hun aanwezigheid en getuigenis te eisen en hen vragen te stellen;
(b) om de beklaagde te ondervragen;
(c) om het voorleggen van documenten te eisen zowel als van ander bewijsmateriaal;
(d) om getuigen onder ede te plaatsen;
(e) om ambtenaren aan te stellen om iedere taak opgelegd door het Tribunaal uit te voeren, waaronder de bevoegdheid om bewijsmateriaal in opdracht te verzamelen.
Artikel 18 - Snelle berechting
Het Tribunaal zal: (a) het proces strikt beperken tot het snel horen van de zaken die door de aanklacht aangebracht worden; (b) strikte maatregelen nemen om iedere actie te voorkomen die een onredelijk uitstel zou veroorzaken, en irrelevante zaken en uitspraken van welke aard ook uitsluiten, (c) terstond optreden tegen verstoringen, hiervoor aangepaste straffen opleggen, waaronder de uitsluiting van iedere beklaagde of zijn raadsheer van sommige of alle verdere procedures, zonder dat dit evenwel nadeel berokkent aan de bepaling van de ten laste gelegde feiten.
Artikel 19 - Bewijsvoering
Het Tribunaal zal niet gebonden zijn door technische regels van bewijsvoering. Het zal zoveel mogelijk snelle en niet-technische procedures aannemen en toepassen, en zal iedere bewijs aanvaarden waarvan het meent dat het bewijskracht heeft.
Artikel 20 - Beoordeling relevantie bewijsvoering
Het Tribunaal mag eisen om geïnformeerd te worden over de aard van de bewijsvoering, voor het wordt voorgelegd, zodat het kan oordelen over de relevantie ervan.
Artikel 21 - Algemeen geweten feiten
Het Tribunaal zal geen bewijs eisen van algemeen geweten feiten maar zal er gerechtelijk nota van nemen. Het zal ook gerechtelijk nota nemen van officiële overheidsdocumenten en rapporten van de Verenigde Naties, waaronder de akten en documenten van de comités opgezet in de verschillende geallieerde landen voor het onderzoek naar oorlogsmisdaden, alsook van verslagen en bevindingen van militaire en andere tribunalen van één van de Verenigde Naties.
Artikel 22 - Zetel Tribunaal
De permanente zetel van het Tribunaal zal in Berlijn zijn. De eerste bijeenkomsten van de leden van het Tribunaal en van de Hoofdaanklagers zullen in Berlijn gehouden worden op een plaats aan te duiden door de Controleraad voor Duitsland. Het eerste proces zal in Nüremberg gehouden worden en ieder volgend proces zal gehouden worden op de plaats waartoe het Tribunaal zal beslissen.
Artikel 23 - Hoofdaanklager en raadsheer
Een of meerdere van de Hoofdaanklagers kan deelnemen aan de vervolging bij elk proces. De functie van iedere Hoofdaanklager kan waargenomen worden door hemzelf persoonlijk, of door iedere persoon of personen door hem toegelaten.
De functie van raadsheer voor een beklaagde kan, op aanvraag van de beklaagde, waargenomen worden door iedere raadsheer die professioneel bevoegd is zaken voor het gerecht van zijn eigen land te brengen, of door iedere andere persoon die daartoe speciaal door het Tribunaal gemachtigd wordt.
Artikel 24 - Verloop procedure
De procedures zullen tijdens het proces het volgende verloop kennen:
(a) De aanklacht zal voor het hof voorgelezen worden.
(b) Het Tribunaal zal aan iedere beklaagde vragen of hij ‘schuldig’ of ‘onschuldig’ pleit.
(c) De Aanklager zal een openingsverklaring afleggen.
(d) Het Tribunaal zal de Aanklager en de Verdediging vragen welke bewijsstukken (indien enige) zij aan het Tribunaal willen voorleggen, en het Tribunaal zal oordelen over de aanvaardbaarheid van deze bewijsstukken.
(e) De getuigen van de Aanklager zullen gehoord worden en daarna de getuigen van de Verdediging. Waarna bewijsstukken ter weerlegging, in zover zij door het Tribunaal als aanvaardbaar gehouden worden, zullen ingeroepen worden door de Aanklager of door de Verdediging.
(f) Het Tribunaal mag, op ieder ogenblik, een vraag richten aan iedere getuige en aan iedere Beklaagde.
(g) De Aanklager en de Verdediging zullen eender welke getuige en eender welke Beklaagde die een getuigenis aflegt ondervragen en mogelijks aan een kruisverhoor onderwerpen.
(h) De Verdediging zal het hof toespreken.
(i) De Aanklager zal het hof toespreken.
(j) Iedere Beklaagde mag een verklaring afleggen voor het Tribunaal.
(k) Het Tribunaal zal een oordeel vellen en een straf uitspreken.
Artikel 25 - Taal
Alle officiële documenten zullen opgesteld worden, en alle werkzaamheden van het hof zullen geleid worden in het Engels, het Frans en het Russisch, en in de taal van de Beklaagde. De notulen en het verloop kunnen in die mate in de taal van het land waar het Tribunaal zetelt vertaald worden als het Tribunaal wenselijk acht in het belang van het recht en van de publieke opinie.
[bewerken] HOOFDSTUK VI - UITSPRAAK EN STRAF
Artikel 26 - Geen beroep
De uitspraak van het Tribunaal over de schuld of de onschuld van een Beklaagde zal de redenen vermelden waarop het steunt, en zal definitief zijn en niet open voor herziening.
Artikel 27 - Straffen
Het Tribunaal zal het recht hebben bij de veroordeling elke beklaagde de doodstraf op te leggen of een andere straf die het als rechtvaardig beoordeelt.
Artikel 28 - Inbeslagname gestolen eigendom
Boven op de straf die het uitspreekt, heeft het Tribunaal het recht de veroordeelde persoon ieder gestolen eigendom te ontnemen en te bevelen dat het aan de Controleraad voor Duitsland wordt bezorgd.
Artikel 29 - Uitvoering straf
In geval van schuld, zal de straf uitgevoerd worden in overeenstemming met de bevelen van de Controleraad voor Duitsland, die op ieder ogenblik de straf kan verminderen of anderzijds wijzigen, zonder evenwel de gestrengheid ervan te vermeerderen. Indien de Controleraad voor Duitsland, nadat een beklaagde veroordeeld werd en een straf opgelegd kreeg, nieuw bewijsmateriaal ontdekt dat, volgens haar oordeel, een nieuwe klacht zou rechtvaardigen, zal de Raad dienovereenkomstig aan het Comité, opgericht volgens artikel 14 hierboven, rapporteren, ten behoeve van die actie die zij gepast zou vinden, rekening houdend met de belangen van het recht.
[bewerken] HOOFDSTUK VII - UITGAVEN
Artikel 30 - Betaling uitgaven
De uitgaven van het Tribunaal en van de processen zullen door de ondertekenende Partijen in rekening gebracht worden bij de fondsen toegestaan voor het onderhoud van de Controleraad voor Duitsland.