Nicolaas Beets

Uit Wikisource

Ga naar: navigatie, zoeken

Nicolaas Beets

Nicolaas Beets
* Haarlem,
13 september 1814
Utrecht,
13 maart 1903
Pseudoniem(en) Hildebrand
Nationaliteit Nederlands
Genre(s) proza, poëzie, gedichten, preken
Taal of talen Nederlands
Belangrijkste werk(en) Camera Obscura

Meer over Nicolaas Beets op Wikipedia

Nicolaas Beets (13 september 1814 - 13 maart 1903) ook bekend onder het pseudoniem Hildebrand was een Nederlands auteur, dichter, predikant en hoogleraar.

Nicolaas Beets werd in Haarlem geboren als de zoon van een apotheker en studeerde van 1833 tot 1839 theologie aan de Rijksuniversiteit van Leiden, waar hij in 1839 promoveerde tot doctor in de theologie. In deze jaren was hij enthousiast over het werk van George Byron en Walter Scott, in wier somber-romantische trant hij verhalende gedichten schreef.

In 1840 werd Beets beroepen tot predikant aan de Nederlands Hervormde Kerk in Heemstede, waar hij in hetzelfde jaar trouwde met Aleida van Foreest. in 1854 werd hij beroepen naar Utrecht. Van 1874 tot 1884 was hij hoogleraar in de kerkgeschiedenis aan de Universiteit van Utrecht.

Hij schreef proza, poëzie en preken. Deze zwaarmoedige periode, die Beets zelf zijn ‘zwarte tijd’ noemde, strookte niet met zijn opgeruimde aard (vgl. zijn studentikoze feestverslag De masquerade, 1835), die dan ook kort daarop zijn uitdrukkingsmiddel vond in prozageschriften onder de schuilnaam Hildebrand, later opgenomen in de Camera Obscura, zijn beroemdste werk, wat hij onder het pseudoniem Hildebrand schreef in zijn studententijd en waarvan de eerste versie verscheen in 1839. Hij bleef tijdens de jaren daarna vaak verhalen toevoegen aan het werk waardoor het pas zijn definitieve vorm kreeg in 1851.

In 1839 promoveerde hij tot doctor in de theologie op het proefschrift De Aeneae Silvii, qui postea Pius papa secundus, morum mentisque mutationis rationibus. Het jaar daarop werd hij predikant te Heemstede en trouwde hij met Aleida van Foreest. In deze periode schreef hij Ada van Holland en liedjes als Groote plas (over het droogmaken van de Haarlemmermeer), De conducteur en Maartje van Schalkwijk. In 1854 werd hij predikant te Utrecht en in 1874 hoogleraar in de kerkgeschiedenis aldaar (tot 1884).

Kort na de geboorte van hun negende kind stierf zijn vrouw in 1856; uit zijn tweede huwelijk met een jongere schoonzuster werden nog zes kinderen geboren. Als geliefd predikant ging hij op in zijn ambt en had hij veel contact met het Réveil (Isaak Da Costa). Hij werd een voorman van de ethische richting in de Hervormde Kerk, werkte mee aan het theologische tijdschrift Ernst en Vrede, maar hield zich buiten de richtingsstrijd. Zijn vele meditaties en prekenbundels werden zeer gewaardeerd. Puntiger waren zijn opstellen over taal- en letterkunde. Zijn vroegere studentikoze losheid bleek daarin niet meer, soms nog wel in zijn huiselijke verzen en christelijke volkspoëzie, die hij tot op hoge leeftijd produceerde.

Beets overleed op 88-jarige leeftijd in Utrecht aan een hersenbloeding. In zijn woonhuis aan de Boothstraat, nummer 6 (vlak bij het Janskerkhof) is inmiddels het G.J. Wiarda Instituut gevestigd, een onderdeel van de Universiteit van Utrecht.

[bewerken] Bibliografie

  • De Nederlanden (zj.)
  • Jose, een Spaansch verhaal (1834)
  • De masquerade (1835)
  • Kuser (1835)
  • Guy de Vlaming (1837)
  • Gedichten (1838)
  • Camera Obscura (1839)
  • Proza en poëzy (1840)
  • Korenbloemen (1853)
  • Verstrooide gedichten (1863)
  • 'Over kinderboeken. Gesprek met Crito' (1867)
  • Madelieven (1869)
  • Najaarsbladen (1881)
  • Na vijftig jaar. Noodige en overbodige opheldering van de Camera Obscura (1887)
  • Winterloof (1887)
  • Dennenaalden (1900)

[bewerken] Teksten

Afkomstig van Wikisource NL, de Vrije Bron. "http://nl.wikisource.org/wiki/Nicolaas_Beets"
Persoonlijke instellingen
Boek maken