De Opmerker/Jaargang 37/Nummer 25/Johannes Petrus Springer

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Johannes Petrus Springer. †
Auteur(s) A.W. Weissman
Datum Zaterdag 21 juni 1902
Titel Johannes Petrus Springer. †
Tijdschrift De Opmerker
Jg, nr, pg 37, 25, 200
Brontaal Nederlands
Bron tresor.tudelft.nl
Auteursrecht Publiek domein
JOHANNES PETRUS SPRINGER. †

      Het plotseling overlijden van Piet Springer, de jongste telg van het bekende Amsterdamsche geslacht van bouwmeesters zal in vele kringen met diep leedwezen vernomen zijn. De hoogbejaarde ouders verliezen in hem hun jongsten zoon, de beklagenswaardige weduwe een braaf en oppassend echtgenoot.
      Mijne eerste herinneringen aan den overledene dagteekenen van 1875. Ik was destijds, met den helaas ook reeds gestorven Herman Goseling bij den Assistent-Stads-Architect Willem Springer in de leer. Piet was toen twaalf jaar omtrent oud, en vermaakte ons met zijn guitenstreken.
      In het jaar 1882 trad ik in dienst bij de Gemeente Amsterdam. Ik vond Piet Springer toen op het teekenbureau en bemerkte, dat hij, ofschoon niet zoo geniaal aangelegd als zijn broeder Jan, toch tot de beste krachten behoorde. Stil en bedaard ging hij zijn weg, door zijn collega’s geacht.
      Ter gelegenheid der Koloniale Tentoonstelling van 1883 richtte de Gemeente Amsterdam een eigen paviljoen op, waarin zij, onder meer, teekeningen harer uitgevoerde openbare werken ter bezichtiging gaf. Verscheidenen dier teekeningen waren door Piet Springer vervaardigd. Daar de gewone dienst moest doorgaan, gebruikte hij zijn vrijen tijd voor dit werk. Menige nacht moest er aan worden besteed; in een daarvan geschiedde het, dat een aardbeving plaats vond, welke Piet, die op zijn teekentafel was gaan zitten, om het groote vel gemakkelijker te kunnen bewerken, omlaag deed tuimelen.
      Architectura vierde in 1884 het feest, dat door hoeveel andere ook gevolgd, toch onovertroffen is gebleven. Aan de voorbereiding van het decoratieve gedeelte nam Piet Springer een ijverig aandeel. Nog zie ik hem zitten op de reusachtige paarden van Staff, die met vereende krachten in het holst van den nacht overeind werden gezet.
      Het plaatwerk „de Bouwmeester” bevat verscheidene bekroonde ontwerpen van den overledene, omstreeks dezen tijd vervaardigd.
      Nadat ik in 1891 tot architect der gemeente Amsterdam was benoemd heeft Piet Springer mij geholpen bij het teekenen van de werken, die toen werden ondernomen. Met den sedert reeds overleden Kluwer was Piet Springer geplaatst op het teekenbureau voor het Gemeente-Museum. Bij het détailleeren heeft hij daar voortreffelijke diensten bewezen.
      Al heeft sedert de richting, waarin de dienst der Publieke Werken van Amsterdam zich bewoog, Piet Springer niet veel gelegenheid gegeven, zijn artistieke talenten te doen blijken, hij bleef toch nuttig werkzaam en behoorde tot de beste krachten, aan het bureau verbonden.
      Het is diep treurig, dat iemand, van wien nog zooveel verwacht mocht worden, reeds op negen-en-dertig jarigen leeftijd uit den kring der zijnen werd weggerukt. Vooral deerniswaardig is de grijze Willem Springer, die door het verlies van zijn jongsten zoon zoo zwaar wordt getroffen.

A. W. Weissman.