Aaldert Willem van Erkel/Maatschappij tot Bevordering van Nijverheid en Wetenschappen te Gent

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Maatschappij tot Bevordering van Nijverheid en Wetenschappen te Gent
Auteur(s) A.W. van Erkel
Datum Zaterdag 23 maart 1872
Titel Maatschappij tot Bevordering van Nijverheid en Wetenschappen te Gent
Tijdschrift De Opmerker
Jg, nr, pg 7, 12, [2]
Opmerkingen Louis Schepens vermeld als L. Schepens
Brontaal Nederlands
Bron libserv.tudelft.nl
Auteursrecht Publiek domein

MAATSCHAPPIJ TOT BEVORDERING VAN NIJVERHEID EN WETENSCHAPPEN TE GENT.


      Toen ik onlangs op de terugreis van een uitstapje naar Brussel, mij korten tijd te Gent ophield, maakte ik in een café, waar ik wegens den regen was binnengevlugt, toevallig kennis met iemand, die mij later mededeelde lid te zijn van ’t algemeen bestuur van bovengenoemde maatschappij.
      Nadat ik mij bij ZEd. omtrent verschillende zaken, Gent betreffende, geinformeerd had en ik hem te kennen gaf, dat ik de bouwkunst tot mijne studie had gekozen, stelde hij zich disponibel om mij den volgenden dag een en ander merkwaardigs te laten zien. Ook deelde hij mij mede, dat er den volgenden avond eene voordracht zou zijn in bovengenoemde maatschappij en noodigde mij daartoe niet alleen uit, doch stelde er prijs op, als ik meer in het bijzonder kennis wilde maken met het doel dier inrichting.
      Een bezoek aan die instelling gebracht, beviel mij goed; ik wensch daarom het een en ander daarvan mede te deelen.
      De grondslagen waarop deze maatschappij is gevestigd zijn ongeveer de volgende:
      1o. Het vereenigen van personen, die verschillende vakken beoefenen, ten einde onderling te bespreken, wat nuttig kan zijn, ter bevordering van hun bedrijf.
      2o. Het geven van onderwijs en het houden van voordrachten ter onderlinge beschaving.
      3o. Het aanmoedigen en ondersteunen tot medewerking aan openbare wedstrijden van nijverheid en wetenschap; en
      4o. Het ondersteunen van leden die in een hulpbehoevenden toestand zijn geraakt.
      De contributie is zeer gering en maakt de toetreding voor den werkman derhalve gemakkelijk. Zij bedraagt vier francs, benevens één franc entrée-geld. Ook telt de vereeniging beschermende en eereleden.
      De maatschappij bestaat sedert 1864 en heeft thans haar eigen gebouw, waarin een societeitslokaal, dat dagelijks voor de leden is geopend.
      Behalve verschillende couranten in dit lokaal, vindt men er een leeskabinet, waarin tijdschriften en eene bibliotheek den leden ten dienste staan. De bibliotheek bevat thans 746 nommers, waarvan de meeste hollandsche werken zijn. Hieronder treft men studieboeken over verschillende vakken, als ook ontspannings-lectuur aan. Ieder lid kan boeken ter leen bekomen. Een lokaal voor permanente tentoonstelling stelt de leden in de gelegenheid, voorwerpen door hen vervaardigd, ter bezichtiging te stellen. Ik vond dáár voorwerpen op verschillend gebied, ook bouwkunstige ontwerpen.
      Vervolgens bezocht ik een paar leerkamers, waar onderwijs wordt gegeven in beschrijvende meetkunde, stelkunde, werktuigkunde, talen, rekenkunde, bouwkunde, enz; ook vereenigen zich leden tot het beoefenen van letterkunde, zang, en tooneel.
      Voorts heeft men er eene bestuurskamer en eene groote vergaderzaal tot het houden van voordrachten, concerten, bals, enz.
      De voordracht, waartoe ik was uitgenoodigd, woonde ik bij en ik moet zeggen met genoegen. De heer van Renterghem, lid der maatschappij, schetste de treurige gevolgen waartoe oorlog aanleiding gaf, met het oog op de jongst verloopen tijden. Na afloop hiervan werden eenige zangsolo’s voorgedragen en daarna zat men nog een uurtje vriendschappelijk, in het societeitslokaal, bijeen. Vele vrouwen en dochters van de leden woonden deze vergadering bij en het was mij een genoegen den aangenamen geest te ontwaren, die er onder de leden heerschte.
      Bij deze gelegenheid maakte ik kennis met den President der maatschappij, de heer L. Schepens, kunstschilder en Professeur à l’école Industrielle de Gand (thans echter rustende van deze betrekking). De vereeniging, welke in de aanvang van haar bestaan slechts door een titelvoerenden voorzitter bestuurd werd, mogt zich sedert de benoeming van dezen voorzitter in vele verbeteringen verheugen.
      Zoo werden er tentoonstellingen georganiseerd waarvan de voorwerpen, door de leden zelve vervaardigd, alleen recht op bekroning hadden.
      Deze tentoonstellingen namen van lieverlede in omvang toe; bij die van het vorig jaar vooral, was een merkwaardige vooruitgang waartenemen.
      De maatschappij telt thans 627 werkende en 85 beschermende leden en het is alleen aan hunne samenwerking onderling toe te schrijven, dat men gedurende het eerste vijfjarig bestaan reeds eene som van 26.000 fr. kon besteden, voor het bouwen van eene zaal, het meubileren der lokalen, aankoopen van boeken, enz. enz.
      Ik vertrouw, dat eene dergelijke maatschappij zeer gunstig werkt op de beschaving van den werkenden stand, vooral omdat deze niet, zooals veelal het geval is, aan zichzelf is overgelaten, maar integendeel wordt gesteund en voorgelicht door leden van meerdere beschaving en ondervinding.
      Zoo zijn ook de lessen in de verschillende talen en vakken zeer dienstig voor die werklieden, welke hunne kennis willen vermeerderen, zonder dat het hun iets meer kost dan.... eenige moeite. Immers al die voorrechten zijn aan het lidmaatschap verbonden!
      Wij wenschen, dat de zorg en moeite die het bestuur zich getroost, rijkelijk beloond mogen worden en dat de maatschappij in bloei mogetoenemen en meer en meer een sieraad worden van Vlaanderen’s hoofdstad.
      Middelburg, Maart 1872.


A. W. VAN ERKEL.