Aan de oever van de Rotte

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Aan de oever van de Rotte

Auteur Onbekend
Genre(s) Kinderlied
Brontaal Nederlands
Datering voor 1974
Bron "Kampvuurliedje" op school
Auteursrecht Onbekend

Aan de oever van de Rotte is een kinderlied. Zoals veel kinderliedjes kent ook dit liedje meedere varianten. Een mogelijke variant luidt als volgt:

Aan de oever van de Rotte,
Tussen Delft en Overschie,
Zat een kikvors luid te wenen,
Met een zuig'ling op haar knie.
"Lieve kleine", sprak de oude,
"Zie je ginds die ooievaar?
't Is de moord'naar van je vader,
Hij vrat hem op met huid en haar."
"Potverdorie", sprak de kleine,
"Heeft die rotzak dat gedaan?
Als ik later groot en sterk ben,
Zal 'k 'm op z'n falie slaan."
Nauw'lijks sprak hij deze woorden,
Of daar kwam de ooievaar,
Greep de kleine bij zijn lurven,
En vrat hem op met huid en haar.
Aan de oever van de Rotte,
Tussen Delft en Overschie,
Zat een kikvors luid te wenen,
Zonder zuig'ling op haar knie.


Er bestaan overigens meerdere versies, waarin met name zuigling (=> baby), potverdorie (=> of andere krachterm) verschillen.

Varianten[bewerken]

Elke rivier in de lage landen is waarschijnlijk wel al gebruikt in de plaats van "Rotte" in dit lied: Schelde, Demer, Leie, enz...

Aan de oever van de Rotte,
Tussen Delft en Overschie,
Zat een kikvors luid te wenen,
Met een zuig'ling op haar knie.
"Arme kleine", sprak de moeder,
"Zie je daar die ooievaar?
't Is de moord'naar van je vader,
Hij vrat hem op met huid en haar."
"Sodekanjer", sprak de kleine,
"Heeft die rotzak dat gedaan?
Als ik later groot en sterk ben,
Zal 'k 'm op z'n falie slaan."
Jaren later groot geworden.
Zag hij die ooievaar weer staan,
En je zal het niet geloven,
Hij vrat hem op met huid en haar.

In Vlaanderen wordt deze variante veel gezongen:

Aan de oever van de Schelde,
Gans verscholen in het riet,
Zat een kleine jonge kikker,
Bij zijn moeder op haar knie.
"Ziet ge daar", zo sprak de moeder,
"Ziet ge daar die ooievaar?
't Is de moord'naar van je vader,
Hij vrat hem op met huid en haar."
"Potverdomme", zo sprak de kleine,
"Heeft die rotzak dat gedaan?
Als ik groot en sterk zal wezen,
Zal 'k 'm op z'n bakkes slaan."
Ge moet niet wachten, sprak de moeder
Ge moet niet wachten, kleine vriend:
Hij staat te slapen, potverdorie,
Geef hem rap wat hij verdient.
En de kleine, vol couragie,
Sprong tot bij de ooievaar
En hij klopt' hem op zijn bakkes
Maar de vogel wierd het gewaar
Vele jaren zijn verstreken,
En die kleine leeft niet meer,
Maar die ooievaar zijn bakkes,
Doet nog altijd even zeer.


In Mechelen zingen ze het zo:

Aan de oevers van de Daule,
Zat verschoule in et riet,
Ne klaane, joenge kikker,
Ba zan moeder oep de knee.
"Zie ge dàà", zee die moeder,
"Ziede dàà deen oeievaar?
't Is de moerdnaar van a vader,
Ha vrat em oep me-j ôôd en 'aar."
"Potverdoemme", zee die-je klaane,
"Hee' dieje smeirlap da gedaon?
Azzek groet en sterk zal weize,
Zallek em oep zen bakkes slaon."
Veule joare zen verstreike,
En dieje kikker leeft niemier,
Mor deen oeievaar z'n bakkes,
Doe nog altaad eive zjier.


Bij studentenverenigingen wordt de volgende variant weleens gezongen:

Aan de oever van de Rotte,
Tussen Delft en Overschie,
Zat een Leidsche kip te wenen,
Met een zuigling op´r knie.
"Lieve kleine", sprak de moeder,
"Zie je daar die Delftenaar?
't zou je vader kunnen wezen,
Ik hou ze niet meer uit elkaar."
"Godverdomme", zei de kleine,
"Heeft die koning dat gedaan?
Als ik later groot en sterk ben,
Zal 'k in zijn schoenen staan."
Nu die kleine, groot geworden,
Zag opnieuw een Leidsche slet,
En je zult het niet geloven,
Hij lag die avond in haar bed.
De moraal van deze story,
Het moraal van dit refrein.
Ik zal nooit meer dronken worden,
Ik zal altijd dronken zijn.

Of:

Aan de oever van de Rotte,
Tussen Delft en Overschie,
Zat een kikvors luid te wenen,
Met een kleine op haar knie.
"Lieve kleine", sprak de moeder,
"Zie je daar die ooievaar?
't Is de moord'naar van je vader,
Hij vrat hem op met huid en haar."
"Godverdomme", zei de kleine,
"Heeft die klootzak dat gedaan?
Als ik later groot en sterk ben,
Zal 'k 'm op z'n falie slaan."
Nauw'lijks was hij uitgesproken,
Of daar kwam de ooievaar,
En je zult het niet geloven,
Hij vrat hem op met huid en haar.
De moraal van deze story,
Ligt besloten in't refrein.
Ik zal nooit meer dronken wezen,
Ik zal nooit meer dronken zijn.
'T is de schuld van de jenever,
Maar die rotzooi smaakt zo fijn.


Ook komt het volgende extra couplet voor::


In de maag daar aangekomen,
zag hij daar zijn vader staan.
en die zijn toen met z'n tweeën,
naar de uitgang toe gegaan


Wij zongen daarna:
Eenmaal buiten aangekomen,
zagen zij nog altijd groen.
DAT BEWIJST DUS DAT DE ZUREN,
VAN DAT ROTBEEST HET NIET DOEN


Uit Den Haag is de volgende verkorte versie bekend:

Aan de oever van de Rotte,
Tussen Delft en Overschie,
Zat een kikvors luid te wenen,
Met een zuig'ling op haar knie.
"Lieve jongen", sprak de moeder,
"Zie je daar die ooievaar?
't Is de moord'naar van je vader,
Hij vrat hem op met huid en haar."
"Lieve moeder", sprak de kleine,
"'t Is maar goed dat ik het weet.
Als ik groot ben, lieve moeder
Trek ik de veren uit zijn rug."

Lichte wedstrijdroeiers zingen een variant om zware wedstrijdroeiers te kleineren.

In de achten op het water,
Tussen Delft en Overschie,
Zat een zware bal te reupen.
Ik lach me rot om wat ‘k zie.
LOMP
Hoor ze zingen over hoeren,
Zo kansloos als maar kan zijn.
Hun boot breekt nog dwars door midden,
Acht zware ego’s op een rij.
LOMP
Blikken, ja het blikken,
Daar weet zwaar dus niks van af.
Iedere haal is weer hetzelfde,
Het tempo mist, want zwaar is laf.
LOMP
Al die dames, al die ballen,
Ja, die gaan alleen voor taart.
Pikken zullen alles blikken,
Want de rest is het niet waard.
LOMP
De moraal van deze story,
Het moraal van dit verhaal.
Je kunt beter licht gaan roeien.
Wij zijn beter, elke haal.
LICHT LICHT LICHT

Het verenigingslied van de studievereniging Jan Pieter Minckelers is ook gebaseerd op deze melodie.

Aan de oever van de Dommel,
tussen Strijp en Tivoli,
was geen lichtje te bekennen,
niet een schijnsel potverdrie.
Dit beziende sprak Jan Pieter,
onze eigen Minckelers:
"Er moet hier nu wat gebeuren,
het wordt tijd voor uitvinders."
Nauwelijks had hij dit gesproken,
of hij vond het stadsgas uit.
Eindhoven niet meer verstoken,
van het licht dat hier ontspruit.
De moraal van deze story,
ligt besloten in 't refrein,
technologen zijn veel beter,
chemici zijn minder fijn.

EEN ECHTE LAMP IS ....VIERKANT!

Melodie[bewerken]

Er zijn twee melodieën waarop dit lied gezongen wordt:

  • de melodie van een Russisch volkslied, "Stenka Razin" (of "Volga, Volga mat' rodnaya" of "Iz-za ostrova na strezhen" (Из-за острова на стрежень)), of
  • de melodie van Oh My Darling, Clementine.

Trivia[bewerken]

Betreffende de versie met de rivier de Rotte: De huidige oorsprong van de Rotte ligt in de gemeente Lansingerland, bij de polder Honderdveertig Morgen nabij de buurtschap Kruisweg. De Rotte eindigt in Rotterdam Centrum. Hiermee komt de rivier op geen enkele wijze in de buurt van Delft of Overschie. Tussen beide plaatsen loopt de Delftse Schie.