Adama van Scheltema/Aan mijn partijgenoten

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Aan mijn partijgenoten van Carel Steven Adama van Scheltema
Uit Van zon en zomer


Het leven schatert in de rondte
Zijn wilden waan,
Het stort van alle horizonten
Tegen ons aan!

Wij zien de barre tijden klimmen,
Wier onweer wast,
Slechts onze hand houdt aan haar klimmen
De wereld vast!

Door nevelige sferen gaan wij,
Waar niets meer schijnt,
Aan 't stuurrad van de wereld staan wij,
Recht overeind!

Vóór ons zien wij de diepten deizen
Den dag gedoofd --
In nacht en storm twee starren rijzen:--
Ons hart-- ons hoofd!

Hun licht hangt over blinde zeeën
Gerust gericht,
Hun stillen schijn houden zij tweeën
In evenwicht.

De boorden en de naven stampen,
Haar bodem kraakt --
De aarde barst uit alle rampen,
Haar koers bewaakt!

Ons wordt de schemer der gevaren
Eén harmonie,
Ons wordt het lied der witte baren
Eén melodie!

Ons rijst achter de verre zwerken
Een bleeke schijn,
Ons kan dit leven lief en werken
Gelukkig zijn!

Als eens ons hoofd, teruggebogen,
Ten onder gaat,
Glimlacht in onze doode oogen
De dageraad!

Wij voelen de aarde onder ons beven,
Wij richten haar! --
Broeders! het is zoo mooi dit leven!
Broeders -- zoo zwaar!