Adama van Scheltema/Bij de kerk

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bij de kerk van Carel Steven Adama van Scheltema
Uit Van zon en zomer


De menschen zijn naar de kerk -
De landen liggen alleen,
Ik voel mij zoo licht, zoo sterk,
Zoo over de velden heen!

Daarboven mij drijft een wolk
In de blauwe morgenlucht,
Beneê gaat het vlindervolk
In een wapperende vlucht,

De menschen zijn naar de kerk -
Wat is de morgen weer rijk!
Ik denk aan een heel mooi werk:
Een Maria van Van Eyck.

Wat was het toen innig rein,
Toen elk nog wat lieflijks deed -!
Dat 't ééns toch nog mooier zal zijn,
Dat is iets wat ik zeker weet!

De menschen zijn allen ter kerke, -
Maar de preek vertelt ze te laat -
Ach! hoe, zonder dat ze 't merken,
Het leven over hen gaat!