Adama van Scheltema/Bij het vliedende levensbeeld

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bij het vliedende levensbeeld van Carel Steven Adama van Scheltema
Uit Zingende stemmen

Uit mijne handen vliedt het beeld
Dat 'k van de wereld droeg,
Het drijft in allen wind verdeeld -
En mij bleef niet genoeg.

En wijd, en wijder valt de tijd
Uit mijne oogen heen,
Rondom mij groeit een eeuwigheid -
En laat mijn ziel alleen.

Wat wordt mijn moede hart nu klein,
Wat wordt het leven groot!
En daar waar zooveel dooden zijn -
Ach - - hoe gering de dood!