Adama van Scheltema/De krekels en de wandelaar

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De krekels en de wandelaar van Carel Steven Adama van Scheltema
Uit Van zon en zomer


De dag ging heen, zonk eenzaam achter
Een oude wijze vlier,
De meiliedjes werden al zachter,
De wei lag vol getier -
De kleine krekels riepen:
Kom hier! kom hier! kom hier!

'k Sloop zachtjes door de bronzen wei,
Het zong er als een lier, -
Ik hoorde 't - ik was heel dichtbij -
Dan zweeg 't - ik zag geen zier, -
't Was verder dat ze 't riepen:
Kom hier! kom hier! kom hier!

De avond borg zijn schoonheid weg
- Zijn schatkist op een kier -
Ik zag het niet, 'k zocht langs de weg,
Ik zocht zoo'n zingend dier, -
't Was ginder dat ze 't riepen:
Kom hier! kom hier! kom hier!

Ik voelde mij alleen in 't donker,
Een sterretje had pleizier
En lachte met zijn fijn geflonker
Door de oude wijze vlier, - -
Alleen de krekels riepen:
Kom hier! kom hier! kom hier!