Adama van Scheltema/De vlag

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De vlag van Carel Steven Adama van Scheltema
Uit Eerste Oogst

Onder die verschrikkelijke lucht
Vaart, als 'n aaklig makabere klucht,
De groote zwarte bruid
Van dit sombere geslacht -
Een donker-begruisde schuit
Met een zwarte kolenvracht;
Die komt tegen den dompigen dag botsen
En schuift iets doods onder de plonzige schotsen. -
Het water plooit -
't Dooit!

Jongen! sta nou als een toren pal
Aan dien natten drassigen grachtwal. -
Laat, diep uit je hart vandaan,
In den roereloozen mist
Langzaam 't vaandel opengaan
Op die donkere doodkist: -
Daar hangt het hoopvol over 't treurige water!
Daar heeft het heel zijn kleuren-lachenden schater-
Opengestrooid -
't Dooit!

Gebogen gaan ze over de brug. -
Waarom zijn die gestalten zoo stug
In hun triestig verdriet -.
Maar zien ze dan door het rag
Van den rege' uit mijn hart niet
Die prachtige stille vlag -?
Ach nee! hun blinde leed maakt ze nog lammer,
En hun eindlijke vreugd - 0, wat innig jammer! -
Zien ze die ooit? -
't Dooit!