Adama van Scheltema/Herfstliedje

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Herfstliedje van Carel Steven Adama van Scheltema
Uit Eerste Oogst

De takken zijn dun,
Ik ruik de run
Van de eiken, -
De berken zijn wit,
Op een bank zit
Ik te kijken.
Daar klautert het licht
- Wat mooi gezicht! -
Door de takken naar boven:

't Is allemaal louter
Goud, o! je zoudt er
Wel van willen rooven!

De wind zit in de
Gele linde
Wat te vertellen, -

Kijk! dien kastanje:
Daarvan kan je
De blâre' al tellen!

O! o! daar begint
Die woelige wind
Ze te vergaren - -

Goud! goud! is het ooft.
Over mijn hoofd
Rollen de blâren!