Adama van Scheltema/Herfstregen

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Herfstregen van Carel Steven Adama van Scheltema
Uit Eerste Oogst

De regen kust mijn vensters weer,
De donkre winden sollen
Het droeve liedje van weleer
Langs alle huizebollen;

Een dorre tak gaat heen en weer,
En van zijn blâren rollen
De natte tranen telkens neer -
Altijd weer volgezwollen.

O: met de zon om 't hoofd gewonden,
Met geld en goed en zoet-gezind -
Wien heeft de Mei geen vreugd gezonden?

Maar in den Herfst, bij regenwind -
Zeg: heeft er één den moed gevonden - -
Ach! 'k weet - ik ben een heel laf kind!