Adama van Scheltema/Kindergedachten

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kindergedachten van Carel Steven Adama van Scheltema
Uit Eenzame liedjes


Het regent, - o wat regent het!
Ik hoor het uit mijn warme bed,
Ik hoor den regen zingen, -
Het regent, regent dat het giet, -
Dat niemand daar nou iets van ziet
Van al die donk're dingen!

Het ruist en regent en het spat -
Nou worden alle bomen nat
En plast het in de sloten, -
Het regent óver- óveral -!
O hé! - daar loopt het zeker al
Bij straaltjes uit de goten!

Wat is dat gek en leuk geluid!
Wat is het lekker om dat uit
Je donker bed te horen: -
't Is of de regen samen praat,
of dat een kerel buiten staat
Te fluistren aan je oren.

Nou druipt het in dat open gras -
Nou zal er wel een grote plas
Op alle wegen komen, -
Nou lopen nergens mensen meer -
Verbeel je eens: in zo een weer -!
Daar wou ik wel van dromen.

En vroeg, morge' in den zonneschijn,
Als dan de blaadjes zilver zijn,
Met droppeltjes bepereld -
Dan doe ik toch mijn eigen zin: -
Dan loop ik héél - en héél ver in
De schoongeworden wereld!