Adama van Scheltema/Langs het getijde

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Langs het getijde van Carel Steven Adama van Scheltema
Uit Zingende stemmen

Het schemert, en
Waar 'k peinzend langs de golven ga
En peinzend naar hun ruischen hoor,
Ruischt mij hun vloed al schuimend na
En wischt mijn spoor.

Het schemert, en
Waar 'k wijkend het getij beleef,
Ruischt het getijde op mij aan
En wischt wat 'k in mijn hart beschreef -
Wat 'k heb gedaan.

Het schemert, en
In 't ruischend wit getijde zie 'k
Een bleeken, vreemd geworden geest -
En 'k peins naar wie ik was - naar wie 'k
Eens ben geweest!