Adama van Scheltema/Regen

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Regen van Carel Steven Adama van Scheltema
Uit Eerste Oogst

Toen kwamen dagen van eindloozen regen,
Van heel diep treurende muziek, die speelde
Van den hemel en de dake' en verveelde
Mijn groot warm hart, in het zonlicht gedegen.

En geen, die niet in 't moedelooze deelde
En gedwee mee-weende, en zich niet verlegen
Over zichzelf boog, want wie had gekregen
Zooveel blij's, dat binnen een vogel kweelde?

Ook ik boog neer en kon niet vroolijk zijn,
Maar toch droeg ik de vlam van heerlijk weten
Met me en stroomde door 't bloed een versche wijn.

En 'k dacht aan hen in wier vaneengereten
Ziel hun weene' een eendre muziek deed zijn,
En ik was stil - ik was mijzelf vergeten!