Adama van Scheltema/Verlangen

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Verlangen van Carel Steven Adama van Scheltema
Uit Eenzame liedjes


De avond ruischt door de akkerlanden
En draagt met eenen zoeten zucht
Uit mijne warme stille handen
De geuren naar de verre lucht,
Naar - naar ik weet niet wat

De avondwind begint te waaien,
Ik voel hem aan mijn lijf, mijn haar,
De fluisterende boomen zwaaien
En buigen al maar samen naar -
Naar ik - ik weet niet wat.

De avond waait aan mijne wangen -
Ik bijt de kleine bloemen stuk,
En voel een nameloos verlangen
Naar 'n vrucht - een vrouw - naar 'n groot geluk,
Naar - God ik weet niet wat!