Naar inhoud springen

Album der Natuur/1862/Beweegwerktuigen

Uit Wikisource
Beweegwerktuigen (1862) door Wilhelmus Martinus Logeman
'Beweegwerktuigen,' werd gepubliceerd in Album der Natuur (elfde jaargang (1862), pp. 60-61 . Dit werk is in het publieke domein.
[ 60 ]
 

DE NIEUWERE BEWEEGWERKTUIGEN.

 

 

Het is aan iedereen, die in de natuurwetenschap of hare toepassingen eenig belang stelt, bekend, dat in het vorig jaar te Parijs door lenoir een beweegwerktuig is uitgevonden en bekend gemaakt, waarvan velen meenden, dat het zoo al niet het stoomwerktuig geheel verdringen, dan toch in vele gevallen daarmede ernstig wedijveren zou. Er werden van dit werktuig allerlei aankondigingen gedaan en vrij uitvoerige beschrijvingen gegeven; maar tot in de laatste maanden moest men zich alleen op eene zeer onbepaalde verzekering van den uitvinder of van zijne vrienden verlaten‚ wanneer men wenschte te weten, hoeveel brandstof zulk een werktuig verbruikte om een gegeven werktuigelijken arbeid te verrigten. Volgens die verzekeringen verbruikte het werktuig niet meer dan omstreeks een kubiek meter gewoon lichtgas per paardenkracht per uur, maar het werd niet bekend, of deze opgaaf door onpartijdige deskundigen ooit was nagegaan en bewaarheid gevonden.

In het begin van dit jaar heeft de heer tresca, ingenieur-onderdirecteur van het Conservatoire des arts et métiers te Parijs, hierover met alle mogelijke zorg en juistheid proeven genomen en die in het Aprilnommer van de Annales du Conservatoire bekend gemaakt. Het blijkt daaruit, dat lenoir's gas-machine, wel verre van aan bovenstaande opgaven te voldoen, omstreeks drie kubiek meters gas per paard per uur verbruikt. In eene van bijna een paardenkracht was dit verbruik 2,744 en in eene andere van ruim een half paardenkracht 3,166 kubiek meter. Daar nu de kubiek meter gas te Parijs — en gemiddeld ook in ons land — bijna 15 centen kost, zoo kan men rekenen, dat een "gaspaard" op omstreeks f 0,45 per uur zal komen te staan. Het gas-werktuig zal dus, zoo lang het niet eene kapitale verbetering ondergaat, welke zijn verbruik aanmerkelijk vermindert, alleen daar met voordeel in aanwending kunnen komen, waar òf eene te beperkte [ 61 ]ruimte òf eene te groote afwisseling van gebruik en stilstand, òf eenige andere oorzaak dat van een stoomwerktuig min raadzaam maakt, en waar men zich dus tot nog toe van "levende beweegkracht", vooral van die van menschen, bediende.

Tresca heeft ook het brandstof-verbruik bepaald van een klein warmeluchtwerktuig van ericsson en dit gevonden = 4,13 kilogram coaks of 5,88 kilogram steenkolen per paardenkracht per uur. Ook dit werktuig dus zal evenmin als het voorgaande het stoomwerktuig verdringen, maar beide zullen nevens dit laatste, vooral voor de kleine industrieën, van veel dienst kunnen zijn.

Bij proefnemingen, die door den ingenieur m. eyth te Stutgart met eene aldaar vervaardigde lenoirsche gasmachine werden gedaan, was de uitkomst voor zoover gasverbruik aangaat vrij wel overeenkomend met die van tresca.

De werktuigfabrijkant l. schwarkopf te Berlijn heeft in Junij van dit jaar aldaar een warmeluchtwerktuig, naar het beginsel der ericssonsche door hem gebouwd, vertoond, dat naar zijne verzekering slechts 3½ Pruissische ponden (of 1,63 kilogr.) steenkolen verbruikt per paardenkracht per uur.

Men ziet uit dit alles, dat beide werktuigen algemeene aandacht wekken en dat men dus met grond eene, zij het dan ook langzame, verbetering daarvan mag verwachten.