Naar inhoud springen

Album der Natuur/1862/Uitbarsting van den Vesuvius

Uit Wikisource
Uitbarsting van den Vesuvius (1862) door Anne Tjittes Reitsma
'Uitbarsting van den Vesuvius,' werd gepubliceerd in Album der Natuur (elfde jaargang (1862), pp. 348-350 . Dit werk is in het publieke domein.
[ 348 ]
 

DE UITBARSTING VAN DEN VESUVIUS
in December 1861.

 

VAN EEN OOGGETUIGE.

 

 

De beroemde natuuronderzoeker en reiziger p. de tchihatchef had gelegenheid de uitbarsting van den Vesuvius, welke in December 1861 de stad Torre del Greco verwoestte, van nabij in oogenschouw te nemen. Zijn berigt, dat hij daarvan geeft, mag des te belangrijker geacht worden, omdat hij de eenige vreemdeling was, die als natuuronderzoeker dit vreeselijk schouwspel heeft gadeslagen.

"Op den avond van den 9 December" zoo schreef hij den 16den uit Napels, waar hij destijds zijn verblijf hield "werd geheel Napels in beweging gebragt door de plotselijke verschijning van eene rij lichtende zuilen, die aan den voet van de zuidwestelijke helling des bergs opstegen en den geheelen nacht door op hare plaats staan bleven. Op den morgen van den 10den spoedde ik mij vroeg naar de streek, in wier rigting zich deze vuurzuilen, die des nachts zoo helder lichtten, maar bij daglicht zelfs niet zigtbaar waren, bevonden. Hoe meer ik Portici naderde, des te meer werd de hemel, die zich boven Napels zelf in het schoonste blaauw welfde, door graauwe rookwolken en een steeds toenemenden aschregen verdonkerd, zoodat, toen ik het stadje Torre del Greco aan den zuidwestelijken voet van den Vesuvius bereikte, mijne oogen reeds door de digte, ongemeen fijne asch veel te lijden hadden. Hier vernam ik, dat reeds den vorigen dag (9 Dec.) omstreeks drie uur in den namiddag, niet ver ten noorden van het stadje een ontzaggelijke hoeveelheid damp en asch met vloeibare lava uitgeworpen was, en dat om acht uur 's morgens van denzelfden dag (10 Dec.) ongeveer tweeentwintig kort op elkander volgende schokken den grond geschud hadden, die tot drie uur in den namiddag aanhielden. In Napels werden deze schokken naauwelijks bespeurd; echter gevoelde men daar den 9den omstreeks den middag om twaalf uur eene ligte [ 349 ]schommeling van den bodem. Ik beklom de tamelijk steile straten van Torre del Greco, welke van eene schaar vlugtende en jammerende inwoners wemelden. Even als de bodem, waren ook de huizen bijna allen gescheurd en gespleten. Toen ik mij reeds op eenigen afstand aan de andere zijde van het stadje bevond, betrad ik terstond de eerste hard geworden slakken-massas. Ofschoon zij eerst voor ongeveer achttien uren uit den gloeijenden vulkaanhaard waren uitgeworpen, waren ze echter zoo snel afgekoeld, dat ik zonder eenig letsel op hare buitenste oppervlakte loopen kon, terwijl de onderste zijde dezer blokken nog zoo gloeijend was, dat een stok, dien men er in stak, terstond in laaije vlam sloeg. Ik behoefde niet lang in noordoostelijke rigting voort te gaan, en wel in de rigting van de lava-uitstorting, die in 1794 Torre del Greco overstroomde, toen ik ook reeds de twee kegelvormige heuvels in het oog kreeg, die den 9den te drie uur des namiddags ongeveer 600 Ned. ellen noordoostelijk van Torre del Greco waren omhoog gestegen, en uit wier top-kraters ontzaggelijke, in indrukwekkende vormen zich ontplooijende, wit-graauwe rookwolken en zuilen te voorschijn drongen. Ik kon, helaas! deze heuvels niet genoeg nabij komen om ze te onderzoeken; want met de rookzuilen werd tevens eene menigte gloeijende steenen en asch, die in de lucht regelmatige bogen beschreven, uitgeslingerd, hetwelk alle nadering onmogelijk maakte. Eenigzins zuidelijk van de kegels zag ik eene rij trechtervormige, in den bodem zelven uitgewoelde, niet zeer diepe holligheden, waaruit insgelijks digte rookzuilen, maar zonder steenen, te voorschijn kwamen. Al deze vermelde rookzuilen stegen niet regelmatig, maar, alsof ze uitgestooten werden, omhoog en werden telkens door een doffen, onderaardschen donder aangekondigd. Het waren de met den rook omhoog geslingerde gloeijende steenen en asch, die aan deze rookzuilen, als zij bij duister van Napels gezien werden, het voorkomen van even zoo vele vuurzuilen gegeven hadden."

"Nadat ik omstreeks drie uren midden in dit ongemeen verheven, maar tegelijk huivering wekkend schouwspel had doorgebragt en eenige malen in gevaar geweest was om door de uitgeslingerde steenblokken verpletterd te worden, steeg ik weder naar Torre del Greco af en keerde naar Napels terug. De lava-, rook- en aschuitwerping [ 350 ]duurde ongeveer tot aan den 12den, derhalve twee dagen; thans is alles weder tamelijk rustig, doch de bodem onder Torre del Greco beefde nog meermalen en den 13den geraakte de zee in beweging, alsof zij kookte. Het sissen en bruisschen was echter door een hevig uitstroomen van koolzuur veroorzaakt, zonder eenige ontwikkeling van warmte. Vele doode visschen werden aan den oever geworpen. In Torre del Greco moeten uit de spleten, midden in de straten, kleine vuurvlammen uitgebarsten zijn; maar ik zelf heb zulke verschijnsels niet gezien. Torre del Greco is geheel ledig en de huizen storten in. Omstreeks 18000 menschen zijn zonder dak en voedsel."

(Uit petermann's Mittheilungen über wichtige neue Erforschungen auf dem Gesammtgebiete der Geographie, 1862, Hft. I, bl. 33).

R.