Algemeen Handelsblad/1854/Nummer 7027/Amsterdam, Zaturdag 17 Junij
| ‘Amsterdam, Zaturdag 17 Junij’ door een anonieme schrijver |
| Afkomstig uit het Algemeen Handelsblad, maandag 19 juni 1854, [p. 1]. Publiek domein. |
AMSTERDAM, Zaturdag 17 Junij.
Van zeer groot gewigt, indien zij namelijk bevestigd wordt, is de tijding (zie onze telegrafische berigten van gisteren), dat er te Konstantinopel ernstig gehandeld wordt over het sluiten van een traktaat tusschen de Porte en Oostenrijk, op dezelfde grondslagen als dat, waarbij zich de westersche mogendheden verbonden hebben om Turkije tegen Rusland te verdedigen. Welligt echter is dit berigt eenigzins overdreven en voorbarig; men maakt toch niet zonder grond de aanmerking, dat indien Oostenrijk werkelijk dezelfde houding als de westersche mogendheden wilde aannemen, dit konde geschieden door zich eenvoudig aan het traktaat tusschen Engeland, Frankrijk en Turkije aan te sluiten, zonder eene afzonderlijke overeenkomst met de Porte tot stand te brengen.
De gevoelens blijven nog steeds verdeeld omtrent de mogelijke ontruiming der vorstendommen door de Russen. De Moniteur deelt eene uitdrukking mede, welke de Keizer van Oostenrijk tegen den Hertog van Saksen-Koburg-Gotha zoude gebezigd hebben, zoo als reeds vroeger door ons is gemeld, dat hij namelijk aan den Keizer van Rusland den oorlog zoude verklaren, indien hij de vorstendommen niet ontruimde. Hoe het zij, het schijnt zich te bevestigen, dat Klein Wallachije niet alleen door de Russen maar ook door de Turken ontruimd wordt. Het grootste gedeelte van het leger van Kalefat is thans teruggeroepen naar Widdin, om van daar naar Rudschuk, Silistria en Schumla te trekken en komt aldus onder het onmiddellijk opperbevel van Omer Pacha. Dit schijnt aan te duiden, dat de Turken niet meer bezorgd zijn voor Klein Wallachije en dat zich iets beslissends voorbereidt tusschen Rudschuk en Basardsick. Men begroot de Russische magt in die streken op 150,000 man. Die der Turken is nagenoeg even groot, met inbegrip der Fransche en Engelsche hulptroepen. In a[f]wachting van dezen grooten slag blijven de vestingen nog steeds stand houden. Silistria heeft, naar men zegt, versterking ontvangen, waardoor het geheele garnizoen van de voornaamste sterkte Abdul-Medjid kan hernieuwd en de verdediging met nieuwe kracht kan voortgezet worden. Tot dusver wordt het berigt van den dood des opperbevelhebbers Mussa-Pacha noch bevestigd noch wederlegd, hetgeen echter reeds pleit voor het ongegronde van het berigt. Van een aanval tegen Rudschuk schijnen de Russen afgezien te hebben.
De Moniteur bevestigt het berigt, dat Reschid-Pacha is afgetreden, maar voegt er bij, dat dit alleen om redenen van gezondheid is geschied; desniettemin houdt men het er voor, dat de staatkunde aan deze verandering wel eenig deel gehad heeft.
Te Petersburg is een nader officieel berigt van Prins Paskewitsch betreffende de krijgsverrigtingen aan den Donau van 27 tot 30 Mei ontvangen, waarin het verlies der Russen bij den stormloop tegen Silistria veel aanzienlijker wordt opgegeven dan in een vorig Russisch bulletin van Kalarasch 31 Mei gedagteekend. Hierin namelijk werd gezegd, dat het verlies der Russen 78 dooden en 193 gekwetsten bedroeg, terwijl in het andere rapport gezegd wordt, dat behalve de generaal Selvan, die een onvoorzigtigen aanval met het leven boette, de Russen verloren hebben 1 hoofd-officier en 269 man, terwijl gewond werden 1 generaal, 18 staf- en andere hoofd-officieren en 421 man; voorts ontvingen letsel 1 generaal, 19 hoofd-officieren en 127 man. Onder de gewonden bevindt zich dc generaal-majoor Papoff, de graaf Orloff, de kolonel Kostanda en de luit.-kolonel Gladitsch. Het blijkt thans duidelijk, dat de Russen aanzienlijke nadeelen hebben geleden.
Men verzekert, dat het berigt van het overlijden des jeugdigen graven Orloff ongegrond is, doch dat deze officier waarschijnlijk ten gevolge van zijne wonde, zijn oog en arm zal verliezen.
Eene telegrafische dêpèche uit Berlijn (zie onze telegrafische berigten van gisteren) wil weten, dat prins Paskewitsch den l0den voor Silistria gewond is, en het opperbevel aan Gortschakoff heeft overgegeven.
Wij hebben reeds gisteren gemeld, dat de Grieksche opstand nagenoeg als onderdrukt kan beschouwd worden. De Moniteur van gisteren (zie telegrafische berigten van gisteren) bevestigt dit en bevat een berigt uit Athene van 7 Junij, volgens hetwelk de generaals, welke ontslagen waren, zich aan de maatregelen der regering hebben onderworpen. De aanneming van het ultimatum door Koning Otto heeft te Petersburg groote verwondering gebaard (zie telegrafische berigten van gisteren).
Een telegrafisch berigt uit Kopenhagen (zie hierboven) meldt da[t] Plumridge 1500 man te Uleaborg aan land gezet heeft; het Fransche eskader was den 9den bij Ostergarn in het gezigt.