Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33176/Avondblad/Nieuwe uitgaven
| ‘Nieuwe uitgaven’ door een anonieme schrijver |
| Afkomstig uit het Algemeen Handelsblad, donderdag 4 juli 1929, Avondblad, derde blad, p. 10. Publiek domein. |
NIEUWE UITGAVEN.
Er is bij H. D. Tjeenk Willink & Zoon te Haarlem een omvangrijk werk verschenen van J. J. Poortman over „Tweeërlei Subjectiviteit”.
Aan den eenen kant zijn wij „slechts subjectief”, feilbare subjecten; aan den anderen kant het kennis theoretisch subject, de wetgever der natuur. Er bestaat tusschen beide een groote tegenstelling in eigenschappen, in waarde, in functie; — aan den anderen kant zijn zij één, in ons één. Het is deze tweeërlei subjectiviteit, dat verschil in deze overeenkomst, deze tegenstelling in deze eenheid van subjecten, die de schrijver tot uitgangspunt en object van zijn wijsgeerig onderzoek heeft gemaakt.
„Ontstaan en eerste ontwikkeling van den oorlog” door dr. T. S. van der Bij, Groningen. — J. B. Wolters.
Het vraagstuk van den oorlog is zeer samengesteld, heeft vele facetten — aldus de schrijver in het voorbericht. Op eenige daarvan kan naar zijn meening een helderder licht worden geworpen, als de ontwikkeling van den oorlog wordt nagegaan. Vooral het ontstaan en de eerste ontwikkelingsphasen zijn van belang en het is de ethnoloog, die hierbij de juiste gegevens zal kunnen verschaffen.
Aan het slot van zijn studie, waarin achtereenvolgens verschillende min of meer primitieve volken in beschouwing zijn genomen, formuleert de schrijver een aantal hoofdconclusies.
Ter aankondiging werd ons gezonden: „J. J. David in seinem Verhältnis zur Heimat, Geschichte, Gesellschaft und Literatur” door Herman Groeneweg.
„De Profeten van de Renaissance”, door Ed. Schuré, vertaling van mej. A. B. van de Meer — N. V. v.h. Boekh. W. P. van Stockum & Zoon.
Aanleiding dit boek te schrijven gaf Schuré de vraag of het beste en het hoogste van de Fransche ziel eigenlijk wel te hegrijpen is zonder dat eerst de Latijnsche ziel, een harer wezenlijke factoren, doorgrond en verklaard is. Hij kwam daarbij tot de overtuiging, dat Italië de eerste plaats heeft ingenomen in den ontwikkelingsgang van Europa. Den eersten keer door het oude Rome, den tweeden keer door Rome’s invloed ais hoofdzetel van het Christendom in het Westen en voor de derde maal met verdubbelde kracht, door de Renaissance. Van haar grootmeesters: Leonardo da Vinci, Raphael, Michel Angelo, Correggio maakte hij derhalve een studie; Dante liet hij als voorlooper voorafgaan.
Prof. dr. P. N. van Kampen: De Geografische Verspreiding der Dieren (Zoögeografie). Amsterdam. Mij. voor Goede en Goedkoope Lectuur.
Dit is weer een nieuwe monografie (van de bekende Encyclopaedie), die de leer van de verspreiding der dieren over de aarde behandelt, een onderdeel van de Dierkunde, maar tevens van belang voor de Historische Geologie (en omkeerd). Velen zal bekend zijn het boekje van prof. De Beaufort over de Zoögeografie van den Indischen Archipel; dit boek van Prof. Van Kampen is wat algemeener gehouden; tallooze problemen betreffende deze wetenschap vindt men er in behandeld. Een register vergemakkelijkt het opzoeken van bepaalde onderwerpen; de illustratie is alleraardigst.
Het boek is bedoeld om gelezen te worden door ontwikkelde leeken, maar het is niet onwaarschijnlijk, dat ook studenten bij hun studie over de Zoögeografie dit werkje als leiddraad zullen gebruiken.