Algemeen Handelsblad/Jaargang 67/Nummer 20368/Avondblad/Een bezoek aan het Huis de Haar

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een bezoek aan het Huis de Haar
Auteur(s) Anoniem
Datum Dinsdag 27 februari 1894
Titel Een bezoek aan het Huis de Haar
Krant Algemeen Handelsblad
Jg, nr 67, 20368
Editie, pg Avondblad, Eerste Blad, [1]
Algemeen Handelsblad vol 067 no 20368 Avondblad Een bezoek aan het Huis de Haar.jpg
Opmerkingen Pierre Cuypers vermeld als dr. Cuypers, Étienne van Zuylen van Nyevelt van de Haar als baron van Zuylen
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

Een bezoek aan het Huis de Haar.

      Men schrijft ons het volgende:
      „’t Was Zondagmiddag 25 Februari. Echt hondenweer, ’t Regende en waaide er onbarmhartig op los. De regen had de buitenwegen in modderpoelen veranderd, toch lieten wij ons voornemen het Huis de Haar te gaan zien niet varen. De boer, die er ons van Breukelen af in een Utrechtsch wagentje heen zou brengen, beweerde dat de kortste weg met dàt weer onberijdbaar, was, hij zou dus een „omwegje” dienen te maken. Nu, dat omwegje was wel een omweg langs smalle landwegen, nu eens tusschen twee vaarten in, dan weder tusschen twee rijen knoestige wilgenboomen. De regen stroomde langs de ruiten van ons voertuig en elk oogenblik dachten wij dat de wind den kop van het wagentje het luchtruim zou inblazen en ons ten prooi laten aan het woest spel der elementen. Edoch, de kop bleek sterker dan wij dachten en na een goede vijf kwartier reden wij het erf op van de boerderij, tevens herberg, waarachter zich thans het gedeeltelijk herbouwde Kasteel de Haar verheft. De opzichter ontving ons zeer vriendelijk en was dadelijk bereid, toen wij hem de toegangskaart van den architect dr. Cuypers toonden, ons den stand van het werk te laten zien.
      De lezer weet uit een reeks artikelen, die daaromtrent in ons blad hebben gestaan, wat het Huis de Haar is, hoe de eigenaar, baron van Zuylen te Parijs, dr. Cuypers opdroeg de ruïnes op te trekken en zoo het kasteel te herstellen in zijn vroegeren vorm. Een uitvoerige mededeeling omtrent het werk kan hier dus achterwege blijven, slechts eenige woorden om den indruk weer te geven, die dit reuzenwerk op ons maakte. En die indruk was een machtige. Wanneer men wordt rondgeleid in de groote gewelfde kelders, in de onderaardsche kerkers, allen in den vorm hersteld die zij eeuwen her hadden; wanneer men rondgaat door de reeds voor een groot deel herbouwde ridderzalen, dan begrijpt men eerst wat het zeggen wil zulk een werk tot stand te brengen. In dit werk toont dr. Cuypers zich eerst recht de bouwmeester bij uitnemendheid.
      Hoe grootsch ons Rijksmuseum, ons Centraal-station mogen wezen, hoezeer zij getuigen van ’s meesters talent en scheppingskracht, zij zijn minder grootsche werken dan de herbouw van dit kasteel, waarbij de bouwmeester slechts kon afgaan op de oude fondamenten, voor zoover zij er zijn, op oude platen en teekeningen en rekening heeft te houden met zoovele kleinigheden, die geen van alle mogen veronachtzaamd worden, wil een werk gewrocht worden geheel in den geest des tijds, waaruit het stamt.
      Dit werk moet ontegenzeggelijk gerekend worden als het meest grootsche, in deze eeuw in ons land tot stand gebracht.
      Eere den bouwmeester; eere ook den eigenaar, die het doet ontstaan; want groot is het aantal dergenen te Vleuten en Breukelen, die door dit werk hun brood verdienen en nog geruimen tijd zullen verdienen, want het zal nog wel drie jaren duren eer de bouw voltooid is.
      Een der zalen wordt op dit oogenblik geheel afgewerkt om als slaapvertrek te kunnen dienen van baron van Zuylen, die naar wij vernemen in het begin van April een dag of veertien op het kasteel zal vertoeven om den bouw te kunnen volgen; de architect Cuypers zal dan weder daar zijn.
      Dezen zomer zal ook begonnen worden met den herbouw van de kapel, op eenigen afstand van het kasteel, waarvan nog een bouwvallig gedeelte over is, dat op dit oogenblik dienst doet als bergplaats.

Overige vindplaatsen[bewerken]

  • Anoniem (7 maart 1894) ‘Een bezoek aan het Huis De Haar’, De Tijd, Tweede Blad, [p. 2].