Algemeen Handelsblad voor Nederlandsch-Indië/Jaargang 8/Nummer 2/Einstein doceerend leerling
| ‘Einstein doceerend leerling. Twee nieuwe leerstellingen — Zijn theorie is nog niet volledig. Verdere berekeningen noodig’ door een anonieme schrijver |
| Afkomstig uit het Algemeen Handelsblad voor Nederlandsch-Indië, dinsdag 14 april 1931, derde blad, [p. 2]. Publiek domein. |
Einstein doceerend leerling.
Twee nieuwe leerstellingen — Zijn theorie is nog niet volledig.
Verdere berekeningen noodig.
Einde Febr. verliet prof. Einstein Californië, waar hij bijna twee maanden vertoefde, om via New York den 4den Maart met de „Deutschland“ naar Berlijn scheep te gaan. Ofschoon Einstein, zooals hij herhaaldelijk te kennen gaf, naar Amerika ging om te leeren en niet om te onderwijzen, heeft hij den Anterikaanschen onderzoekers talrijke aanwijzingen gegeven voor experimenteelen arbeid, doch vóór alles twee leerstellingen van principieele beteekenis gepubliceerd.
Eenige weken geleden maakte Einstein de eerste van de door hem gevonden vergelijkingen bekend, welke zijn theorie over het „Vereenvoudigd veld“ formuleert. De groote beteekenis van deze vergelijking bestaat hierin, dat daardoor voor de eerste maal het electromagnetisme, de graviatie, het licht en de ruimte in onderling verband zijn gebracht. Zooals Einstein mededeelde is zijn vereenvoudigde theorie nog lang niet volledig. In zijn vergelijking zouden vier onbebekende hoeveelheden voorkomen, welke hij zelf binnenkort door berekeningen hoopt vast te stellen. Eerst daarna zal men zijn nieuwe vergelijkingen kunnen onderzoeken.
De tweede nieuwe theorie betreft de uitzetting van het heelal. Met betrekking tot dit vraagstuk heeft Einstein een der hoofdpunten van zijn vroegere stelling teruggenomen. Zooals bekend is, nam hij vroeger het standpunt in, dat het heelal resp. de ruimte begrensd was. Tegenwoordig is hij van een tegenovergestelde meening en verklaart, dat zijn nieuwe zienswijze eender eerste gevolgtrekkingen is uit zijn vereenvoudigde veld-theorie.
„Men kan de ruimte, onverschillig van welke vergelijking men uitgaat, niet voor begrensd houden”, verklaarde Einstein. „Dit is echter nog niet het laatste woord over dit onderwerp.”
Voor de Amerikaansche geleerden met wie Einstein in nauw contact was, is de beteekenis van zijn nieuwe leerstellingen echter nog lang niet duidelijk. Zoo verklaarde dr. Richard C. Tolman van het Technologisch Instituut van Californië: „Wij zouden allen gaarne willen weten, waaruit eigenlijk de nieuwe ontdekkingen van Einstein bestaan. Ofschoon hij voor studie-doeleinden is gekomen, staan wij als leerlingen tegenover hem. Het moge juist zijn, dat hij door zijn bezoek aan het Mount Wilson-Observatorium veel geleerd heeft op het gebied van astronomische mechanica, doch ik ben er van overtuigd, dat hij onzen astronomen nog veel meer van de mathematische astronomie heeft geleerd en ofschoon prof. Einstein van zichzelf beweerde, dat hij slechts weinig van astronomie wist, bleek toch wel, dat zijn kennis hiervan veel verder reikte dan hij oorspronkelijk had toegegeven.” — (Un. Press.)