[ 2 ]Amſterdam den 17 February. Volgens de brieven van Marſeille was het ſchip van Capt. Arpyn van daer na deſe ſtad vertrokken. Het ſchip Caſtor & Pollux, Schipper Jöns Larnſon, voor eenige tyd van Riga herwaerds vertrokken, is ontrent Godland verbrand. Men wil dat het ſchip N: S: de Vylaer y St. Thereſa, Capt. Klaes de Ruyter, van deſe ſtad, en laetſt van Sada, tot St. Sebaſtiaen is gearriveerd; en dat de Son, Alexander Tait, van ’t Leid van Edenburg na Liſſebon gaende, ontrent Calais is verongelukt. Van Cadix is tyding dat de Contanten, welke de Generael Savalla uyt de verongelukte Admirante heeft mede gebragt, reeds door ordre van de Koning aen ’t Conſullado waren ter hand geſtelt, om die onder de intereſſanten te verdeelen. ’t Schip van Jurgen Kroeſe is van Port a Port op d’Elf gearriveerd, met tyding dat de ſchepen van Pieter Rennits en Pieter Huyer 8 dagcn na hem ook na Hamburg ſtonden te vertrekken. Sonder ſekerheyd wierd tot Hamburg mede geſegt dat een ſchip van Dronthem op de Elf was aengekomen. De Dorothé, N. Kuyper, is van Bilboa tot London, en de volgende ſchepen voor deſe ſtad gekomen, namentlyk dat van Obbe Janſz. van Rouan en de Groene Eenhoorn van Wyk op Zee, Jan Groen van Bourdeaux; dog de Ceres, Gerrit Lolling, met hem van daer gezeyld, was deſelve dag van ſijn vertrek al van hem afgeraekt. Ook is nog een Smak van Bourdeaux in ’t Nieuwe Diep binnen geloopen, die men gelooft die van Dirk Harmenſz. van Harlingen (welke na Rotterdam gedeſtineerd is) te weſen. De Anna Eliſabeth, George Philpot, is ook van Canarien en laetſt uyt Engeland in Teſſel binnen. De Ed: Heeren Bewindhebberen van de Ooſt-Indiſche Compagnie ter Vetgadering van 17, tegenwoordig alhier vergaderd, hebben gereſolveerd om in de Kamer van Amſterdam op den 22, en tot Middelburg in Zeeland den 30 Maert, Delft den 6, Rotterdam den 7, Hoorn den 14, en Enkhuyſen den 15 April te verkopen ontrent 12000 balen Swarte Peper (zynde al deſelve die tegenwoordig by de Compagnie is beruſtende,) 375000 ℔ Caneel, 170000 ℔ goede Nooten (ſonder eenig garbel,) en 70000 ℔ blanke Foulie, alles met een ſtilſtant tot primo Maert 1701; voorts alle de goederen met de ſchepen Bekeſteyn, Sir Jeansland en Berkel overgekomen, en noch eenige kleynigheden de Compagnie van de laetſte verkoping aen de hand gebleven; doch by aldien ’t ſchip de Waelſtroom voor de gemelde Verkoping quam te arriveeren, ſullen de Koopmanſchappen tot de verkoping van ’t aenſtaende na-jaer by de Compagnie bewaerd worden.