Naar inhoud springen

Arnhemsche Courant/Jaargang 99/Nummer 7916/Middaguitgave/Münchener Künstler-Cabaret

Uit Wikisource
‘Münchener Künstler-Cabaret’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit de Arnhemsche Courant, woensdag 24 april 1912, middaguitgave, tweede blad, [p. 1]. Publiek domein.
[ tweede blad, 1 ]

Münchener Künstler-Cabaret

Er ontbrak maar één ding aan om het een „echt” Cabaret te doen zijn: een talrijk publiek. Maar, wat waren er weinig menschen in Musis. Dat maakte het een beetje ongezellig, maar overigens alle hulde voor wat de leden van dit clubje te hooren gaven. De stemming van vroolijkheid kwam er al dadelijk in bij de geestige inleiding van Alfred Müller, na een à la Paljas gezongn proloog van Josef Hauschulz. Die Müller is een onbetaalbare kerel: leuk, droogweg, met een natuurlijk „vis comica” staat hij daar van het podium te oreeren, amusant vertelt hij grappen, zonder eigenlijk iets te souligneerem, soms even wachtend voor de „pointe”, maar dat is dan ook het eenige wat op bestudeerdheid lijkt. Overigens gaat het hem zoo natuurlijk af, dat hij wel den indiuk geeft — en dat wil het cabaret immers — dat er geen scheiding is tusschen tooneel en publiek. Uitmuntend heeft men zich geamuseerd met dat grappige verhaal van de ervaringen van een maaglijder, met zijn satyrieke vertellingen en lyrische voordrachten, soms een beetje pikant, maar toch nooit grof. En waar bij enkele dezer zijn mimisch talent reeds bewonderd was, zeer heeft men zich geamuseerd met zijn kostelijke uitbeelding van den Serenissimus, die de voordracht van zijn minister aanhoort met scepter en rijksappel in de hand, allerlei dol-dwaas-domme vragen doet en opmerkingen maakt en ten slotte in hypnotischen toestand droomdanseressem imiteert.
Ook de anderen waren goed: Dina Dietrich was een aardige sentimenteele Pierrette, een elegant figuurtje als zij met Jozef Hauschulz van het Maskenball vertelt, een goed zangeresje als zij in Biedermayer-costuum, oud-Duitsche liedjes voordraagt. Wat was vooral dat laatste nummer uitstekend en wat zei zij die liedjes met juiste dictie. Josef Hauschulz zong een paar moderne chansons, „Prinzesschen’s Nahmenstag” en „Untreu” waren evenals de boer „der ins Heu ging” heel goed van voordracht. Hij geeft soms een [onleesbaar] van overdrijving, maar blijft toch ook, waar het onderwerp gevaarlijk wordt, binnen zekere grenzen. Mizzi Dressel voleindigde het korte, maar wel afwisselende ptogramma met haar Beersche soldatenliederen, die zij met een soms uitstekend geslaagde mannenstem en een levendige voordracht, aardig-ondeugend, maar ook geestig voordroeg.
Een aardige avond die meer belangstelling had verdiend.