Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 51/Nummer 316/Nieuwe Nobelprijs-winnaars
| ‘Nieuwe Nobelprijs-winnaars. Eugene O’Neill, Dr. Paul Debeije, Dr. V. F. Hess en Dr. C. D. Anderson’ door een anonieme schrijver |
| Afkomstig uit het Bataviaasch Nieuwsblad, vrijdag 13 november 1936, eerste blad, [p. 1]. Publiek domein. |
Nieuwe Nobelprijs-winnaars
Eugene O’Neill, Dr. Paul Debije, Dr. V. F. Hess en Dr. C. D. Anderson
Naar Reuter seint uit Stockholm, is de Nobelprijs voor literatuur toegekend aan den Amerikaanschen tooneelschrijver Eugene O’Neill, de Nobelprijs voor scheikunde aan den Nederlandschen prof. dr. Paul Debije, hoogleeraar aan de Universiteit van Berlijn, voor zijn bijdrage tot de kennis van de molecule-structuur, terwijl de Nobelprijs voor natuurkunde moet worden verdeeld tusschen prof. dr. V. F. Hess van de Universiteit van Innsbruck en prof. dr. Carl David Anderson van het Instituut voor Technologie in Californië.
Eugene Gladstone O’Neill, met wiens tooneelwerk men in Batavia nauwelijks een week geleden kennis kon maken door middel van de uitmuntende film „Ah Wilderness”, is na een veelbewogen jeugd opgeklommen tot de benijdenswaardige positie van Amerika’s populairsten tooneelschrijver. Zooals uit zijn naam reeds blijkt, is hij van Iersche afkomst, en het tooneelbloed dankt hij zijn vader, die een menschen-leeftijd met den prachtigen draak: „De Graaf van Monte Christo” in Amerika heeft rondgezworven. Maar de zwerftochten van den jongen Eugene gingen veel verder. Op 22-jarigen leeftijd liet hij zijn jong vrouwtje en zijn studiën aan de Yale Universiteit, in den steek, werd goudzoeker in Spaansch Honduras en leidde daarna eenigen tijd een vagebondeerend leven in Argentinië. Vervolgens maakte hij zeereizen naar Zuid-Afrika en Engeland, waar hij eindelijk zooveel geluk vond in het spel, dat hij naar de Vereenigde Staten kon terugkeeren.
Hij bleef toen eenigen tijd a!s hulpregisseur bij den tooneeltroep van zijn vader, die nog steeds met „Den Graaf” op stap was, en vervolgens werd hij verslaggever bij de „Telegraph”, een klein blad in New London (Connecticut). Een tuberculose-aanval bracht hem spoedig daarna voor geruimen tijd in een sanatorium, doch zijn ziekte had het gunstige gevolg, dat Eugene O’Neill eindelijk eens tot rust kwam en zijn gedachten op de toekomst ging richten. Ernstige litteratuur-studie voerde hem tot het besluit, tooneelschrijver te worden, en in New York begon zijn succes reeds in den winter van 1915.
Het ging in snel stijgende lijn: tusschen 1920 en 1930 veroverde O’Neil drie maal den bekenden Pullitzer prijs, en in 1926 werd hij door de Yale Universiteit begiftigd met het eere-doctoraat in de letteren. Omstreeks dien tijd kregen zijn stukken een wereldvermaardheid. Hoewel Amerikaan in hart en nieren, is zijn dramatiseerend vermogen naar de beste Europeesche voorbeelden tot ontwikkeling gekomen. Zijn belangstelling voor Strindberg, Hasenclever, Ernst Toller en Franz Werfel bracht hem zelfs tot introductie van hun voornaamste werk op het Amerikaansch tooneel. O’Neill is thans 48 jaar oud, en men kan derhalve nog veel van dezen auteur verwachten.
Deze Nederlandsche hoogleeraar is geboren te Maastricht en was reeds op jeugdigen leeftijd als professor aan de Rijksuniversiteit van Utrecht verbonden. Hij doceerde daar slechts enkele jaren, en begaf zich vervolgens naar Zwitserland om als hoogleeraar aan de Universiteit van Zürich te worden verbonden. Daarna was hij geruimen tijd hoogleeraar aan de Universiteit van Leipzig en tenslotte volgde twee of drie jaar geleden zijn benoeming tot hoogleeraar aan de Universiteit van Berlijn.
Op zijn speciaal gebied — de molecule-structuur — geniet prof. Debije reeds langen tijd een internationale reputatie. Met Hückel arbeidde hij voorts aan een succesvolle verbetering van de ionen-theorie, terwijl hij in samenwerking met Scherrer een nieuwe methode vond voor het onderzoek van kristalstructuren.
Viktor Franz Hess werd 24 Juni 1883 te Waldstein in Steiermark (Oostenrijk) geboren en promovesrde in 1905 aan de Universiteit van Graz. Zijn verdere studiën maakte hij aan de Universiteiten van Genève en Weenen. De laatstgenoemde hoogeschool aanvaardde hem in 1910 als privaat-docent in de natuurkunde, en in 1919 werd hij gewoon hoogleeraar, om het daaropvolgende jaar als hoogleeraar in de experimenteele natuurkunde aan de Universiteit van Graz te worden verbonden. Van 1921 tot 1923 vertoefde prof. Hess in Amerika, waar hij o.a. optrad als directeur van het laboratorium der U. S. Radium Corporation te Orange (N.J.).
Na gedurende zes jaar opnieuw aan de Universiteit van Graz verbonden te zijn geweest, werd prof. Hess in 1931 bestuurslid van het Instituut voor Straalonderzoek te Innsbruck, en als ontdekker van de kosmische straling werd hij het volgende jaar met den Abbe- Gedächtnispreis van de Carl Zeiss Stichting te Jena begiftigd.
Behalve zijn boek „Die electrischen Leitfaden der Atmosphäre und ihre Ursachen”, dat ook in het Engelsch is verschenen, heeft prof. Hess ongeveer honderd publicaties in tal van wetenschappelijke tijdschriften op zijn naam staan.