Bekende monologen uit Shakespeares werk/Friends, Romans, countrymen, lend me your ears
Uiterlijk
|
"Friends, Romans, countrymen, lend me your ears" (Julius Caesar) | |||
| Auteur | William Shakespeare | ||
| Genre(s) | Dramatische poëzie, monologen | ||
| Brontaal | Engels | ||
| Datering | 1599 | ||
| Vertaler | *Leendert Burgersdijk (1887) *Emiel Fleerackers (1928) *Jules Grandgagnage (2012) ... | ||
| Bron | Vier eeuwen vertalingen,
| ||
| Auteursrecht | Publiek domein of CC-BY-SA | ||
Originele tekst van Shakespeare
[bewerken](Julius Caesar, Act III, scene 2)
MARCUS ANTONIUS:
- Friends, Romans, countrymen, lend me your ears;
- I come to bury Caesar, not to praise him.
- The evil that men do lives after them;
- The good is oft interred with their bones;
- So let it be with Caesar. The noble Brutus
- Hath told you Caesar was ambitious:
- If it were so, it was a grievous fault,
- And grievously hath Caesar answer’d it.
- Here, under leave of Brutus and the rest–
- For Brutus is an honourable man;
- So are they all, all honourable men–
- Come I to speak in Caesar’s funeral.
- He was my friend, faithful and just to me:
- But Brutus says he was ambitious;
- And Brutus is an honourable man.
- He hath brought many captives home to Rome
- Whose ransoms did the general coffers fill:
- Did this in Caesar seem ambitious?
- When that the poor have cried, Caesar hath wept:
- Ambition should be made of sterner stuff:
- Yet Brutus says he was ambitious;
- And Brutus is an honourable man.
- You all did see that on the Lupercal
- I thrice presented him a kingly crown,
- Which he did thrice refuse: was this ambition?
- Yet Brutus says he was ambitious;
- And, sure, he is an honourable man.
- I speak not to disprove what Brutus spoke,
- But here I am to speak what I do know.
- You all did love him once, not without cause:
- What cause withholds you then, to mourn for him?
- O judgment! thou art fled to brutish beasts,
- And men have lost their reason. Bear with me;
- My heart is in the coffin there with Caesar,
- And I must pause till it come back to me.
Oudere vertalingen in publiek domein
[bewerken]- Vertaling van Leendert Burgersdijk (1887)[1]
ANTONIUS
- Romeinen, vrienden, burgers, leent mij 't oor.
- Begraven kom ik Caesar, niet hem prijzen.
- Het kwaad, dat menschen doen, leeft na hen voort;
- Het goed wordt vaak met hun gebeent' begraven;
- Zoo moge 't zijn met Caesar. De eed'le Brutus
- Heeft u gezegd, dat hij vol heerschzucht was;
- Indien 't zoo was, dan was 't een zware schuld,
- En zwaar ook heeft er Caesar voor geboet.
- Hier, met verlof van Brutus en die and'ren,
- Want Brutus is een achtenswaardig man,
- Dat zijn zij alien, alien achtenswaardig,
- Voer ik bij Caesar's uitvaart thans het woord.
- Hij was mijn vriend, mij trouw en steeds gerecht;
- Maar Brutus zegt, dat hij vol heerschzucht was,
- En Brutus is een achtenswaardig man.
- Hij bracht naar Rome tal van krijgsgevang'nen,
- Wier losprijs tot den rand de schatkist vulde;
- Wie ziet hierin een blijk van Caesar's heerschzucht?
- Als de armoe leed en kreet, dan weende Caesar;
- De heerschzucht pleegt van harder stof to zijn;
- Maar Brutus zegt, dat hij vol heerschzucht was,
- En Brutus is een achtenswaardig man.
- Gij allen zaagt het: op 't Lupercusfeest
- Bood ik hem, driemaal zelfs, een koningskroon,
- En driemaal wees hij ze af. Was dit zijn heerschzucht?
- Maar Brutus zegt, dat hij vol heerschzucht was,
- En, wis, hij is een achtenswaardig man.
- Ik spreek hier niet om Brutus to weerleggen;
- Ik kom slechts om to spreken, wat ik weet.
- Gij alien hadt hem eenmaal lief, met grond;
- Wat grond weerhoudt u dan, om hem to treuren?
- O oordeel, gij ontvloodt naar 't stomme vee,
- En reed'loos werd de mensch! - Een oogenblik!
- Mijn hart is daar bij Caesar aan de baar,
- En zwijgen moet ik, tot het wederkeert.
- Vertaling van Emiel Fleerackers (1928)[2]
ANTONIUS
- Vrienden, Romeinen, landgenooten, luistert.
- Begraven kom ik Caesar, niet hem prijzen.
- 't Kwaad dar [sic] de menschen doen, leeft na hen voort;
- het goed wordt vaak met hun gebeent' begraven.
- Zoo weze 't ook met Caesar. De eedle Brutus heeft u gezegd
- dat hij heerschzuchtig was; en ware 't zoo dan was 't een zware fout;
- en zwaar ook heeft er Caesar voor geboet.
- Hier, met verlof van Brutus en zijn vrienden, - want
- Brutus is een achtenswaardig man; zoo zijn zij allen,
- achtenswaardig allen; - voer ik het woord bij zijn begrafenis.
- Hij was mijn vriend, rechtvaardig en getrouw;
- maar Brutus zegt dat hij heerschzuchtig was,
- en Brutus is een achtenswaardig man.
- Hij bracht naar Rome een macht van krijgsgevangnen,
- wier losprijs onze schatkist heeft gevuld.
- Bleek dit vanwege Caesar zoo heerschzuchtig?
- Als armoe haren nood kloeg, schreide Caesar;
- de heerschzucht moest van harder stof toch zijn.
- Maar Brutus zegt dat hij heerschzuchtig was
- en Brutus is een achtenswaardig man.
- Gij allen zaagt het, bij 't Lupercusfeest,
- dat ik driemaal de koningskroon hem bood,
- en hij ze driemaal afwees. Was dat heershhzucht? [sic]
- Maar Brutus zegt dat hij heerschzuchtig was;
- en vast, hij is een achtenswaardig man.
- 'k Spreek niet om Brutus' woorden af te keuren,
- maar 'k sta hier om te zeggen wat ik weet.
- Gij allen hadt hem lief eens, en met reden.
- Wat reden dan weerhoudt u nu te treuren?
- Oordeel, gij zijt gevlucht naar brute beesten;
- de mensch verloor zijn rede. -
- Een oogenblik; mijn hart is daar bij Caesar in de kist,
- en wachten moet ik tot het wederkomt.
Moderne vertalingen onder CC BY-SA licentie
[bewerken]- Vertaling van J. Grandgagnage, 2012[3]
Monoloog van MARCUS ANTONIUS die de Romeinen toespreekt op de begrafenis van Caesar:
- Vrienden, Romeinen, landgenoten, hoor mij aan;
- Ik kom om Caesar te begraven, niet om hem te prijzen.
- Het kwaad dat mensen doen leeft verder na hun dood;
- Het goede blijft vaak begraven met hun gebeente;
- Laat het zo zijn met Caesar. De edele Brutus
- Heeft verteld over Caesars heerszucht:
- Als dit zo was, was het een zware fout,
- En heeft Caesar daar zwaar voor betaald.
- Hier, met permissie van Brutus en de rest-
- Want Brutus is een eerbaar man;
- Zo zijn ze allemaal, allen eerbare mannen-
- Kom ik op Caesars begrafenis spreken.
- Voor mij was hij een vriend, trouw en rechtvaardig:
- Maar Brutus zegt dat hij heerszuchtig was;
- En Brutus is een eerbaar man.
- Hij bracht vele gevangenen naar Rome
- Van wie het losgeld de schatkist vulde:
- Lijkt dit op wat hier Caesars heerszucht wordt genoemd?
- Wanneer armen huilden, huilde Caesar met hen mee:
- Heerszucht zou uit hardere stof moeten bestaan:
- Toch zegt Brutus dat hij heerszuchtig was;
- En Brutus is een eerbaar man.
- Jullie zagen hoe ik hem op het Lupercusfeest
- Wel driemaal een koninklijke kroon aanbood,
- Die hij driemaal weigerde. Was dit heerszucht?
- Toch zegt Brutus dat hij heerszuchtig was;
- En, zeker, hij was een man van eer.
- Ik probeer niet te weerleggen wat Brutus zei,
- Maar om te getuigen wat ik wel weet.
- Eens hielden jullie van hem, niet zonder reden:
- Wat weerhoudt jullie dan om voor hem te rouwen?
- O oordeel! Gij schuilt U onder domme beesten,
- En de mensen verloren hun verstand. Heb geduld met mij;
- Mijn hart ligt daar, in de kist met Caesar,
- En ik moet wachten tot het terug bij mij komt.
| Deze vertaling heeft de licentie Creative Commons Naamsvermelding 3.0;. In het kort: het staat u vrij de tekst te gebruiken en te verspreiden, onder voorwaarde dat u de naam vermeldt van de auteur/vertaler ("Jules Grandgagnage"). |
