Bilderdijk/’t Beklag van Motanabbi

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

’t Beklag Van Motanabbi.

Mijn oogenblikken gaan verloren in ’t versmachten
Naar Wijsheid, onder volk vol logenleer en waan.
En ’t leven dat me, ô Gods, uw gunst had toegestaan,
Waarom genoot ik ’t niet by wijzer Voorgeslachten?
Of, waarom zijn voor ’t licht mijne oogen opgedaan!

  • * *

Dus zongt ge, ô Oosterling. Maar ik, hoe moet ik klagen
Voor de ijslijkheên gespaard van deze jammerdagen
Van onzin, wrevelmoed, en dolheid, en geweld!
Die Godsdienst, Vaderland, die alles neêr zag vallen,
My-zelf……! Maar wat ben ik by zoo veel duizendtallen,
Verongelijkt, verjaagd, mishandeld, en geveld?
De Wijze ontzet zich niet schoon duizend donderd knallen,
Den Christen — is ’t gespeld.

1821.