Bilderdijk/Lentebede

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Lentebede.

De harde winter is vervloten;
Geen stormwind schudt de dorre haag,
Geen ruisselende regenvlaag
Wordt op den veldgrond neêrgeschoten;

Een balsemende Lentelucht
Doordringt der planten zwellende aderen
Ontwikkelt bloesemknop en bladeren,
Doorademd van des levens zucht.

ô Gy, wiens hand en veld en hoven
Met geurig kruid en bloemen siert,
En ’s Hemels wentelloop bestiert
Om ’s aardrijks vruchtbren schoot te stoven:

Geef, by de ontloken bloesemschat
Van Uw weldadig welbehagen,
Ons hart de dankbre vrucht te dragen
Die zaad voor de eeuwigheid bevat;

Ontwikkel by ’t verrukt ontwaken
Der ingesluimerde Natuur,
In ons ’t bedolven levensvuur,
En laat het U ter eere blaken!

En daar de bie om ’t frissche kruid
Op ’t gonzend vlerkjen rond mag zweven,
ô Laat mijn Lofzang t’Uwaart streven,
En stort’ hy U mijn boezem uit!

Na het Ethiopische bij JONES.

1824.