Burgeroorlog in Frankrijk/Het vandalisme van de “beschermers van de beschaving”

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Adres van de Generale Raad over de burgeroorlog in Frankrijk IV Burgeroorlog in Frankrijk van Karl Marx

Het vandalisme van de “beschermers van de beschaving”

Uit brieven aan Kugelmann I. 12 april 1871


Het vandalisme van de “beschermers van de beschaving”[bewerken]

Uittreksels uit de dagbladpers[bewerken]

1. “De colonne van gevangenen hield halt in de Avenue Uhrig en werd in vier of vijf gelederen op het trottoir opgesteld, met het front naar de straat. Generaal Markies De Gallifet en zijn staf stegen van hun paarden en inspecteerden de linie, bij de linker vleugel beginnend. De generaal liep langzaam de gelederen langs en bekeek de rijen; hier en daar hield hij stil, tikte een man op de schouder of wenkte iemand uit de achterste gelederen om naar voren te komen. De zo uitgezochte mensen werden, meestal zonder verdere vorm van proces, midden in de straat opgesteld, waar zij weldra een kleine afzonderlijke colonne vormden. . . Het was duidelijk, dat hier grote ruimte voor vergissingen werd gelaten. Een bereden officier maakte de generaal opmerkzaam op een man en een vrouw, wegens de een of andere bijzondere misdaad. De vrouw ijlde uit de rijen naar voren, viel op de knieën en bezwoer heftig, met opgeheven handen, haar onschuld. De generaal wachtte een ogenblik en zei toen met een volkomen rustig gezicht en in onbewogen houding: Mevrouw, ik heb alle theaters van Parijs bezocht; het loont de moeite niet komedie te spelen (il ne vaut pas la peine de jouer la comédie). . . Het was die dag een kwaad ding voor iemand, in het oog lopend, groter, vuiler, schoner, ouder of lelijker te zijn dan de mensen die naast hem stonden. Van één man viel het mij in het bijzonder op, dat hij zijn spoedige verlossing uit dit aardse tranendal alleen had te danken aan zijn ingeslagen neus. . . . Meer dan honderd personen werden op die wijze uitgezocht; een peloton soldaten werd gecommandeerd om hen te fusilleren; de rest van de colonne marcheerde verder, terwijl de anderen achterbleven. Enige minuten later begon achter ons het vuren, dat met enige onderbrekingen meer dan een kwartier aanhield. Het was de terechtstelling van deze en bloc veroordeelde ongelukkigen.” (Aldus de Parijse correspondent in de Daily News van 8 juni 1871.)

Deze Gallifet, “de Louis van zijn vrouw”, zo genoemd om de schaamteloze tentoonstelling van haar lijf bij de gelagen van het tweede keizerrijk, was gedurende de oorlog bekend onder de naam van de “Franse vaandrig pistool”.

2. De Temps, een voorzichtig blad, dat volstrekt niet op sensatie uit is, vertelt een gruwelijke geschiedenis van mensen, die half waren doodgeschoten en vóór hun dood begraven. “Een groot aantal werd begraven op het plein bij St. Jacques-la-Bouchière, velen van hun werden slechts met een dunne laag aarde bedekt. Overdag overstemde het straatlawaai alles, maar in de stilte van de nacht werden de bewoners van de omliggende huizen wakker door het kreunen in de verte en ‘s morgens zag men een gebalde vuist uit de grond steken. Dientengevolge werd bevel gegeven de lijken op te graven. Dat vele gewonden levend zijn begraven, daaraan kan ik niet in het minst twijfelen. Voor één geval kan ik instaan. Toen Brunel en zijn beminde de 24ste mei in de tuin van een huis aan de Place Vendôme waren gefusilleerd, liet men beiden tot in de middag van de 27ste liggen. Toen men eindelijk kwam om de lijken weg te halen, vond men de vrouw nog in leven en nam men haar mee naar een verbandplaats. Hoewel getroffen door vier kogels, is zij nu buiten gevaar.” (Parijse correspondent, Evening Standard van 8 juni 1871.