Cats/Sinne- en minnebeelden/Allenxkens, tot dat Christus een gedaente in ons krijght

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

GAL. IV. 19.

ALLENXKENS, TOT DAT CHRISTUS EEN GEDAENTE IN ONS KRIJGHT.

Plagh iemant in een boom by wijlen iet te snijden,
Het kan hem dienstigh zijn, ’t en valt niet al besijden;
Let hoe de saken gaen: eerst is de letter teer,
Maer naer een weynigh tijts soo vint de leser meer:
Als Godt door sijnen Geest ons harten komt beschrijven,
Men voelt het vast geloof niet stracx aen ons beklijven;
Maer siet! het swack begin dat wordt ten lesten sterck,
Met tijt en door gedult voltreckt de Geest sijn werck.