Naar inhoud springen

Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Martyre

Uit Wikisource
‘Martyre’ door Mr. d. V.
Afkomstig uit het Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage, zaterdag 1 mei 1886, tweede blad, [p. 685]. Publiek domein.
[ 685 ]

Martyre.

Met ingehouden adem volgde de aandachtige toeschouwer gister-avond de opvoering van Martyre tot het einde toe.
Niet dat de comédie dramatique van D’Ennery en Tarbé vlekkeloos is: want bv. de eerste twee bedrijven zijn niet van stijfheid en gewrongenheid vrij te pleiten, daar zij als het ware overladen of samengeperst zijn; maar met het derde bedrijf neemt het stuk een dramatische vlucht, welke onwillekeurig boeit en medesleept.
Om eenige tooneelen te noemen, welke, menschkundig gedacht, voortreffelijk zijn, denke men slechts aan de eerste ontmoeting van Paulette met de tweede vrouw haars vaders, aan het breed en schoon geschreven tooneel tusschen Laurence en haar gewezen echtgenoot, waar deze haar zegt te haten, en eindelijk aan de geestig gedachte scène van den knecht met Palmieri, waar deze waant beluisterd te zijn.
Ofschoon de ontknooping met de toevallig teruggevonden papieren, welke het wegjagen van Palmieri en zijn zuster ten gevolge hebben, aan de oplossing van zekere drakerige intriges herinnert en de verzoening van man en vrouw, die voortaan weer samen zullen wonen, iets stuitends heeft, worden er echter in het stuk te veel degelijke en meesterlijke tooneelen aangetroffen, om niet het een en ander door de vingers te zien.
De typeering van vele personen getuigt dikwerf ook van een meesterhand; Laurence de Moray, Elie Drack, Palmieri, La Gorgone tot de knechts incluis kunnen daarvan getuigen.
Ofschoon ik bij het bespreken van reizende gezelschappen dc gewoonte volg, de spelers niet afzonderlijk te bespreken, omdat hun verschijnen slechts voorbijgaande is, kan ik niet nalaten daarvan nu af te wijken om hulde te brengen aan Mr. Sully voor zijn spel als Elie-Drack, waarbij hij verstandig genoeg het Engelsch dialect vermeed, dat aan den ernst van deze trouwens dankbare rol had kunnen schaden, en tevens de dames Samary Laurence en Jalabert Paulette mijn compliment te maken voor haar uitnemende opvatting en spel. Mme Daubrun had als Madame de la Marche in het laatste bedrijf indrukwekkende oogenblikken. Mme Cassan als la Gorgone, gaf dit koud, eerzuchtig karakter goed terug. Het haar door de omstandigheden afgedwongen: „Vous êtes notre fille” getuigde ten volle van den afkeer, die haar jegens het meisje bezielde.
Een waardig type was de admiraal, mr. Meigneux, en daargelaten eenige minder goed gekozen standen en iets stijfs en kunstmatigs bij het „overloopen” toonde mr. Abel le Comte de Moray een degelijk acteur te zijn.
Een groote verdienste van mr. Dherbilly was, dat hij de traitre rol van Palmieri niet overdreef en slechts in voorkomen en flink gesouligneerd spel zijn effect zocht.
De beide knechts waren goed gelukte typen.
Kortom, velen, die verhinderd waren de voorstelling van gister-avond bij te wonen, zullen met genoegen vernemen, dat Martyre morgen, Zaterdag, nogmaals opgevoerd zal worden. Mr. d. V.