De Curaçaosche Courant/Deel 47/Nummer 31/De Stoom
| ‘De Stoom’ door een anonieme schrijver |
| Afkomstig uit De Curaçaosche Courant, zaterdag 6 augustus 1859, [p. 1]. Publiek domein. |
[ 1 ]De Stoom. In het jaar 1630, dus ruim twee eeuwen geleden, stond de ingenieur de Caus op zekeren dag in het kabinet van den kardinaal de Richelieu, den magtigen minister van Lodewyk XIII van Frankryk. De Caus sprak op smeekenden toon en met gevouwene handen: “Om Gods wil en ter verheerlyking van Zynen naam bid ik Uwe Eminentie myne machine door kundige mannen te laten onderzoeken, opdat myn vaderland niet van de vruchten eener uitvinding beroofd worde, waarvan de gevolgen onberekenbaar zyn. Myne machina dryft door stoomkracht schepen en wagens met ontzettende lasten beladen voort en brengt een’ afstand van mylen op minuten terug. Heb ik u misleid, geef dan myn hoofd aan het zwaard van den beul over.!”
De kardinaal wisselde een’ blik met zyn geheimschryver, pater Joseph, en antwoordde koel:
“Gy zyt ziek naar ligchaam en geest, Salomon de Caus; al was uwe uitvinding goed, dan nog is de tyd niet daar om landen en volken mei tooverkracht aan elkander te binden; eerst moet de ontwikkeling onder de natiën hooger vlugt hebben genomen vóórdat zulk eene uitvinding zegen kan aanbrengen. Ga, gy zyt ziek!”
“Neen, ik ben gezond, maar ik zal het verstand verliezen, als men voortgaat overal myne uitvinding te bespotten en uit te kryten! Eminentie, in naam van het Fransche volk, eisch ik van u, dat gy de stoommachine laat beproeven!”
Een vreeselyke blik schoot uit het oog van den kardinaal op den ongelukkige. Salomo de Caus werd gevat en naar het Chatelais gevoerd. Hier werd hy krankzinnig. — Maar nog tien jaren lang schreeuwde hy door het traliewerk van zynen kerker:
“Zy dryft wagens en schepen voort en verandert een’ afstand van mylen in minuten!”
En de voorbygangers lachten om den armen dwaas.
In het jaar 1807 verleende keizer Napoleon I eene audientie aan den Amerikaanschen werktuigkundige Fulton, die hem eene uitvinding van het grootste gewigt voor Frankryk’s marine wilde aanbieden. De Amerikaan stelde den keizer voor schepen te bouwen, die door stoomkracht bewogen zouden worden en van wind en weêr onafhankelyk zouden zyn.
“Gy zult met deze schepen Engeland kunnen vernietigen, Sire!” sprak Fulton ten slotte.
De keizer wendde zich van den man, die voor hem stond, en riep met minachting uit:
“Al weder eene van die nieuwe uitvindingen, de eene nog onzinner dan de andere, die men my dagelyks aanbiedt. Gisteren nog werd my door een ander verstandig man het voorstel gedaan Engeland te gaan veroveren, nadat ik een genoegzaam aantal dolfynen had laten temmen, waarop ik myn leger zou kunnen overvoeren. Ga mynheer, gy zyt een dwaas!”
De Amerikaan met den grooten man met een trotschen blik, boog zich koel en verliet de Tuileriën zonder een woord te spreken.
Het kanongebulder van Waterloo had de keizerskroon van Napoleon’s hoofd doen vallen. De Bellerophon gleed langzaam met gereefde zeilen naar het eiland St. Helena. — De gevangene keizer wandelde met zyn gevolg op het dek rond, toen men aan den horizont eene donkere wolk bespeurde. Die wolk kwam nader en man ontdekte eindelyk de donkere massa van een magtig stoomschip, dat windsnel en luchtig door de bewogen zee stoomde, den langzaam tegen den stroom kampenden Bellerophon voorbygleed en in het verschiet verdween, ondanks wind en weder, ondanks tyd en stroom. Het was het Amerikaansche stoomschip Fulton, het eerste dat den Oceaan doorkliefde.
Napoleon staarde het schip na en ging toen stil en ernstig naar zyne kajuit. Toen zyn getrouwe Bertrand hem later naderde, zat de keizer nadenkend met het hoofd in de hand en zyne eerste woorden, die hy met eene diep ontroerde stem uitsprak, waren:
“Toen ik Fulton uit de Tuileriën joeg, verspeelde ik myne keizerlyke kroon!”
Naauwelyks stoomden gedurende tien jaren schepen over de golven, toen men ook aan spoorwegen begon te denken, waarop de wagens door stoomkracht konden worden voortgedreven. De eerste spoorweg werd tusschen Stockton en Darlington gelegd, die in 1825 voltooid was en die kort daarop gevolgd werd door de baan van Liverpool naar Manchester, door die van St. Etienne naar Andriezieux in Frankryk, door die tusschen de Moldau en den Donau in Oostenryk en door die van Boston naar Quincy in Noord Amerika. Met geestdrift legden de werktuigkundigen zich op de ontzagwekkende uitvinding toe; de eene verbetering volgde op de andere en het denkbeeld, dat Salomon de Caus in het krankzinnigenhuis deed sterven, is thans verwezentlykt. Wel waren er in den beginne, die kortzigtig of boosaardig genoeg waren om op de vorderingen van den menschelyken geest te smalen en de vreeselykste gevolgon te voorspellen, maar hunne pogingen waren vruchteloos; zy zien zich genoodzaakt thans zelve gebruik te maken van de belasterde middelen van communicatie en om hunne kostbare personen aan de vuurspuwende draken toe te vertrouwen.
De eerste spoorweg in Duitschland werd in het jaar 1835 tusschen Neurenburg en Fürth gelegd. Deze linie was echter zoo kort, dat eene oude dame, die te Neurenburg in een’ waggon steeg en een weinig draalde om te gaan zitten, de deur voor zich geopend zag en het berigt ontving dat zy te Fürth was aangekomen, vóór dat zy eigenlyk goed op hare plaats zat. Over deze gewaande scherts twistte zy lang met den beambte, tot dat men haar bewoog zich door opneming van den omtrek te overtuigen, dat zy aangekomen was.
In 1839 werd de linie van Leipzig naar Dresden voltooid. Binnen weinige jaren werd nu met verbazende snelheid een spoorwegnet over Europa gelegd, dat zich thans dagelyks uitbreidt; het Oosten wordt met het Westen, het Zuiden met het Noorden verbonden! langs de rails worden de producten van materielen en intellectuelen aard vervoerd en grenzen worden omvergeworpen, die eeuwen lang bestaan bleven.
Door het leggen der spoorwegen heeft ook de bouwkunde gelegenheid gevonden om door het verhevene en groote harer werken de verbazing van den denkenden mensch op te wekken en om te toonen dat men ook in onze eeuw slechts geld en menschenhanden noodig heeft om datgene te verrigten, waardoor de Romeinsche en Grieksche bouwmeesters de onsterfelykheid verwierven. — Een der eerste prachtwerken van Duitsche spoorwegbouwkunde was de viaduct, door dan Saksischen ingenieur-majoor, thans financieraad, Wilke, over het Gölzschdal gelegd; met verbazing ziet men de boven elkander staande reyen gangen en zuilen, waarover de zware spoortrein stoomde.
Onder de grootste werken van den nieuwen tyd telt men ongetwyfeld den spoorweg tusschen Triest en Laibach, midden door de llirische Alpen. Door de lange en ontzettend hooge rotsmuren heeft men door kruid en staal eene vlakte weten te maken voor del rails, en wyde bogen leggen over afgronden, waarvoor men duizelend terug treedt. De baan is ook ryk aan heerlyke viaducten, waaronder die van Burcole en Nabresina, maar vooral die by Franzensdorf, genoemd moeten worden. In wyde bogen strekt de heerlyke arcade van het laatstgenoemde bouwwerk zich boven het lage dal uit en over een bergtop heen, waar van het gesteente door menschenarbeid gelyk gemaakt moest worden. Deze linie, de Semmering-baan genoemd, omdat zy over het gebergte van dien naam loopt, werd in Mei 1852 voltooid en in October 1853 voor het verkeer opengesteld. By eene lengte van 5½ myl stygt zy niet minder dan 770 voeten hoog.
Europa werd op het einde van het jaar 1856 door 5003 Duitsche mylen rails doorsneden. Daarvan had Groot-Brittannie 1800, Duitschland 1582, Frankryk 878, België 231, Rusland 132, Sardinie 96, Spanje 78, Nederland 45, Denemarken 25, Zweden 21, Portugal 17, Sicilie 11, Noorwegen 9 en de Kerkelyke Staten 3 Duitsche mylen. Er was concessie verleend of in aanleg voor eene uitgestrektheid van 4010 mylen.
Amerika bezat toen 5,849 mylen spoorlinien, als 5,322 in de Vereenigde Staten, 369 in Btitsch-Amerika, 100 op Cuba, 18 in Chili, 15 in West-Indie, 11 in Nieuw-Grenada, 9 in Peru en 5 in Brazilie.
Afrika had toen 53 mylen spoorwegen in Egypte en 9 aan de Kaap de Goede Hoop; Azië 60 mylen in Oost-India en Australië 30, zoodat de lengte der spoorweglinien gezamenlyk 11,004 mylen bedroeg.
Arme Salomon de Caus! De volkeren waren in uwe dagen nog niet ryp voor de uitvinding, die eene omwenteling in de wereld moest te weeg brengen; daarom verbande men u naar eene cel in een krankzinnigengesticht en hulde uwen onderzoekenden geest in het duister van den waanzin! Uwe uitvinding is eene der grootste, die het menschenvernuft heeft gevonden en toch kent niemand de plek, waar uwe asch rust.