De Génestet/Aan mijn vriend Mr. E. H. s’Jacob, Naar Batavia vertrekkende

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Uit het studentenleven

V Aan mijn vriend Mr. E. H. S’Jacob
Naar Batavia vertrekkende

Ter herinnering
’k Zal niet schreien en niet klagen,
  Stille smart is – diepe smart;
’k Wil den last des afscheids dragen,
  Moedig als uw manlijk hart.
Maar een korte, vrome bede,
  Maar een handdruk zij mijn groet:
Lieve zwerver, ga in vrede,
  Met uw God en met uw moed!

Lievling van uw trouwe vrinden,
  Wees de lievling der Fortuin;
Vriendschap – liefde moogt ge vinden
  Maar gedenk aan Hollands duin.
Blijf de kracht der jonge jaren,
  Blijf dien onbedorven geest,
En dat edel hart bewaren,
  Dat ons dierbaar is geweest!

Wij, wij zullen menigmalen
  Spreken van den verren vrind,
Van zijn droomen en verhalen,
  Van zijn lach, die harten wint;
En in droevige oogenblikken
  Zal een trouwe groet misschien
Uw geliefden wel verkwikken
  Met een droom van wederzien.

Want – wij blijven u verbeiden,
  Ach, het is nog veel te vroeg,
Dierbaarste, om voor goed te scheiden,
  En – wij zijn nog jong genoeg....
Maar zoovelen zijn gebleven,
  Velen hebben niet gewacht: –
Goede reis dan voor dit leven
  En voor ’t andere: Goeden nacht!