Naar inhoud springen

De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adriaan van Uitrecht

Uit Wikisource

[ 177 ]
Hadden de menschen eenen zin (zeit het spreekwoord) zy zouden eenen weg loopen, maar wy zien dat yder al van een byzondere drift aangevoert en gedreven word. De Schilderkonst heeft hare byzondere deelen, en by gevolge keurs genoeg tot voldoening van yders lust, en verschillige geneigtheid.

ADRIAAN VAN UITRECHT verkoos het Schilderen van vrugten, dieren, inzonderheid Indiaansche vogels, en alle soort van pluimgedierte. 't Geen hy zoodanig natuurlyk schilderde dat zyn kunst in verscheide waereldsoorden getrokken is geweest. En waarlyk dusdanig een stil leven zou my ook meer behagen, als geschilderde Boeken, Brieven, Zandloopers, Doodshoofden en diergelyke vertoonsels, daar een vreesagtig of bygeloovig mensch by schemerend lamplicht wel voor schrikken zou. Zyn penceel was zoo vleyende dat hy (om geen andere grooten te noemen) ook de gonst en geneigtheid van den Konink van Spanjen daar door tot zig getrokken heeft; daar hy een gunstigen Mecenas aan had. Sandrart zeit: Zyn eerste doen (dat hem veel [ 178 ]licht aanleiding tot de konst zal gegeven hebben) was het opzetten van alle soort van pluimgedierte, 't geen hy zoo konstig wist te doen, dat de dieren schenen te leven, en veel gekogt wierden om op Kabinetten te zetten.

Hy was geboren te Antwerpen, in 't jaar 1599. en is gestorven in 't jaar 1651.