Naar inhoud springen

De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Bartram de Fouchier

Uit Wikisource

[ 338 ]
BARTRAM DE FOUCHIER geboren te Bergen op den Zoom, by gelegentheit dat zyn Vader Paulus de Fouchier, die uit Vrankryk kwam om de Nederlanden te bezien, en de belegering van Oostende by te wonen in den jare 1596, komende te Bergen op den Zoom, verliefde op de Dochter van Joan Spruit die een eenige Dochter was en veelgeld bezat, en met dezelfde troude; uit welk Huwelyk onze BARTRAM ontsproot op den 10 van Sprokkelmaand 1609. die al vroeg door zyn geneigtheit blyken deed dat hy tot de konst geboren was; waarom zyn Vader hem bestelde by den berugten Ant. van Dyk die toen te Antwerpen woonde, by wien hy zoo veer in de konst vorderde dat hy een goed pourtret konde schilderen. Maar alzoo gemelde van Dyk door zyn veelvuldig werk, en bezoek van groote Heeren, zig zoodanig in zyn tyd bezet vond, dat hy weinig agt op zyne leerlingen geven konde, scheide hy van hem af, en begaf zig in den jare 1634 naar Uitregt by Joan Bylaert, by welken hy twee jare bleef, wanneer hy naar Bergen op den Zoom, tot zyn ouders trok met voornemen om de konst by zig zelven te oeffenen. Dog 't leed niet lang of de Reislust dreef hem na Rome, daar [ 339 ]hy zig naar brave voorbeelden, inzonderheid de penceelwerken van Tintoret oeffende.

In dien tyd stond het Roomsche Kerkbestier aan Urbaan den achtsten die Konstminnende zynde veel gelegentheit gaf tot het aankweken en voortzetten van jonge meesters, daar hy zekerlyk groote opgang gemaakt zou hebben, zoo niet een tusschenval hem en zynen konstgenoot JOAN FREDERIK VAN YSENDOREN, door een gevecht tegen twee Spanjaards, die hen voor Ketters hadden uitgemaakt, en gedreigt aan den Raad der Inquisitie aan te klagen, van dat voordeel had berooft; want zy zig hier door genootzaakt vonden Rome in alleryl te verlaten, en zig stil naar Florence te begeven, daar zy een wyl hun verblyf hielden, en hun konst oeffenden. Van daar reisden zy naar Parys, en kort daar aan naar Antwerpen, alwaar zy afscheid van malkander namen. YSENDOREN begaf zig naar Wyk-te Duerstede in 't Stigt, (daar hy naderhant nog Opperschout geweest, en gestorven is in 't jaar 1684.) en FOUCHIER naar Bergen op den Zoom daar hy vele jaren de konst geoeffent heeft; dog ziende dat zyne behandeling op de wyze van Tintoret geen deurgang vont, stapte hy in tyts daar van af, en schilderde gezelschappen op de wyze van Adr. Brouwer, daar hy veel beter by stont. Ook oeffende hy het glasschilderen daar hy veel gelt mee won, en dus mee onder de gelukkige mag geteld worden.

Hy stierf, na hy eenige dagen ziek geweest had, en werd in de Groote Kerk van zyne geboortestad begraven in 't jaar 1674.