Naar inhoud springen

De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Daniel van Heil

Uit Wikisource

[ 236 ]
Nu eischt ook eene plaats DANIEL VAN HEIL geboren te Brussel in ’t jaar 1604. Gelyk dezes geboortestad met die van den voorgaanden in tusschenstant verschilde, zoo verscheelden zy nog meer in de verkiezinge van hun penceelwerk. Want de voorgaande scheen [ 237 ]tot verlustiginge van 't gezicht, deze op een ontroeringe in de ziel der aanschouwers toe te leggen. Want hy schilderde meest Brandstigtingen en diergelyke voorwerpen die ysselyk zyn om aan te zien. Nochtans ('t geen tot zyn lof getuigt wort) was alles zoo natuurlyk dat'er niets als de hette aan ontbrak. Onder zyne voorname stukken worden geteld de ondergang van Sodom en Gomora met de gansche landstreke, door een vuur uit den Hemel &c. en het verbranden van Troje, daar men ziet, hoe,

Toen Sinons toorts de stadt verdelgde door haar vlam
De Koning Priam lag voor 't oog van zyne maagen,
Geharnast op den grond door Pyrrhus zwaart verslagen;
Daar Hekuba den val van haar beroemden stam
Betreurde, op 't bloedig lyk van haar' gemaal gezegen;
Of daar Eneas torst Anchises op zyn schouders,
En geeft Askaan de hand in 't midden van 't gekerm;

teekenen die diergelyke Historische verbeeldingen kenbaar maken.