Naar inhoud springen

De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Jakob Gerretze Kuip en het St. Lukas Gild te Dordrecht

Uit Wikisource

[ 237 ]
Wy hadden byna vergeten den braven Dordrechtse konstschilder JAKOB GERRETZE KUIP, wiens penceelkonst al vroeg de konstminnende bekoord heeft, te gedenken; maar wierden hem indagtig als wy zyn Zoon Albert Kuip ten Toneel zoude voeren. Hy schilderden Osjes, Koetjes, Schaapjes enz. De verschieten agter de zelve waren meest land- en watergezigten die zig om en by Dord doen zien, welke hy tot zyn gebruik naar 't leven afgeteekent heeft, en zyn wyze van schilderen was helder gloejend en smeltende. [ 238 ]
Deze JAKOB GERRETZE KUIP, Dortenaar, leerling van Abr. Bloemaart IZAK VAN HASSELT, KORN. TEGELBERG beide lantschapschilders, en {{sp|JACQUES GRIEF, anders Klaau, die stil leven schilderde, waren de hoofden of aanleiders welke in den jare 1642 het konstgenootschap van St. Lukas te Dordrecht hebben opgeregt, na dat zy uit het Gilt, genoemt het Gilt van de vyf Neringen (volgens beding als in de Acte van scheiding staat uitgedrukt) waren uitgegaan.