Naar inhoud springen

De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Jan van Kuik Woutersze

Uit Wikisource

[ 49 ]Dit mogt den vromen JAN VAN KUIK WOUTERSZOON, Konstig Paneel- en Glasschilder niet gebeu[ 50 ]ren, hebbende zyn noodlot gewilt, dat zyn lichaam levendig door de vlamme verteerd wierd.

Het is byna niet om te geloven, dat menschen waar in de rede, liefde, verdraagzaamheid, medelydzaamheid en alle Christelyke deugden en hoedanigheden, volgens het voorbeeld en de leere van hunnen patroon Jesus, onder welkers Baniere zy zig hebben laten inschryven, behoorden plaats te hebben, zig tot zulken vervloekten drift, haat, en dwingelandy hebben konnen uitlaten, zoo niet menige voorbeelden ons hadden doen zien, dat de drift der zulken veel ongetoomder, hun haat vinniger, en hunne meesterschap met dwingelandy verzelt gaat. Trouwens ieder byna weet wat de Latynsche spreuk, Odium Diabolicum, en Odium Theologicum, beduiden wil.

Maar wat zullen wy zeggen? wy zien dat het egter dus gebeurt, tegens het recht der natuur aan, die yder in opzicht van zyn Godsdienst vrye keur laat, zoo dat, wie het zy, niemant bevoegt is over eens anders gemoet te heerschen, en desselfs begrippen, naar zyn oordeel of begrip te dwingen: dewyl yder mensch in dat opzigt op zich zelven staat, en van niemant afhangt dan van zyn Schepper, aan wien hy daar van rekenschap zal moeten geven ten laatsten dagen. Egter, gelyk wy even noch eens zeiden, gebeurt het; en zal het voorbeeld van dezen man hier toe ten bewys konnen dienen.

JAN VAN KUIK WOUTERSZE werd om zyn geloofsgevoelen, 't geen van dat der Monniken verschilde, aangeklaagt, en gevolgelyk te Dordrecht op de Vuilpoort, toenmaals de Gevangenpoort, gezet, met Adriaantje Jans van [ 51 ]Molenaarsgraaf. Daar hy eenen langen tyd gevangen zat, om rede (gelyk my klaar toeschynt) dat de Hoofdschout. Jan van Drenkwaert Boudewynsze, hem wel liefst had willen verschoonen: en dus, gelyk men gemeenlyk in zulk geval doet, het uitvoeren van het vonnis van tyd tot tyd uitstelde, en sleurende hield. De gemelte Hoofdschout was noch jong en ongebaardt, waarom zyn Pourtret ook konde dienen voor Salomon, in de Historische vertooning van zyn eerste Recht, waar van hy een groot tafereel in de gevangenis had beschilderd voor den Opperschout. Doch dit doen veroorzaakte niet alleen agterdenken by de Monniken, maar zy hadden de stoutheid van in hunne openbare Predikatien te zeggen: dat de Schout hem dus lang in de gevangenis hield, om dat hy voor hem zoude schilderen; en lasterden zyne slaphertigheid.[1] Waarom de Schout zig gedrongen vond, hem ten slagtoffer hunner woede over te geven; gelyk geschiedde, zoo dat hy, op het nieuwe werk te Dordrecht op den 28 van Lentemaand 1572, in weêrzin van de meeste aanschouwers, te gelyk, met de voorgemelde Adriaantje Jans, levendig om de getuigenissen van Jesus Christus, is verbrand. Hy liet na een bedroefde Vrouw, een Dochtertje van 7 jaren, en een goet gerugte.

  1. Zie Matt. Balens beschryvinge van Dordrecht p. 841, en 't Bloedig Tooneel der Doopsgezinden, pag. 590 en 628.