De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Joan Dac
Uiterlijk
| ← Dirk de Vrye, Adriaan vander Spelt | De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1 (1718) door Arnold Houbraken | Johannes Snellinks → |
[ 34 ]Maar eer dat wy daar aan beginnen, diend by de voorige (waar aan van Mander niet gedenkt) noch gevoegt te worden, JOAN DAC. Deze was een Keulenaar, en leerde de Konst by Bartholomeus Spranger, in den jaare 1556, die hy naderhand voortzette in Italien; daar na ook in Duitsland; waar door 't gebeurde dat Rudolf de Tweede, de Zoon [ 35 ]van Maximiliaan daar een welgevallen in kreeg, hem in zyn dienst nam, en naar Italien zond, om de geagtste Antiquevoor hem af te teekenen. Wedergekeert, maakte hy veele roemwaardige werken voor den Keizer. Hy stierf aan 't Hof, en had eer en goed vergaderd.