De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Lijst der voornaamste zaken en byzonderheden
[ 386 ]
IN hoe grooten agting en waarden de Schilderkonst oudtyts by Grieken geschat wiert. 2.3
Wie al van overoude tyden af over de Schilderkonst en der zelver oeffenaars geschreven hebben. 3.4.5
De Reden welke de Schryver hebben aangespoort tot den aanvang van dit Boek. 7
Op wat wyze de Schryver de levensbeschryving der Konstschilders, aan die van K.v. Mander schakelt. 10
Voorbeelden van Schilders welke langzaam en vaardig hebben gefchildert. 165.166 De Penceeltrekstryt tusschen Apelles en Praxiteles, en een dergelyk tusschen Ant. van Dyk en Fr. Hals. 89.90
Wedspel tusschen Knipbergen. J. v. Gojen en J. Perselles. 166.167
Vremde wyzen van teekenen by gelegentheit van een geestig voorval met la Fage beschreven. 168.169
Hoe een Konstschilder zekerder gaat in zyne verbeeldingen wanneer hy in een zelve geval Historyschryvers, dan de Dichters volgt, en de reden waarom. 203. 204
Schilderkonst; hoe door Oorlogen en Inlantsche beroerten gedrukt. 41.42
Hoedanig de Konstschilders oulings by de grootste Waereltvorsten zyn geacht geweest. 235.239
Hoe door de Keizer Maximiliaan geadelt, en by wat gelegentheit, aangewezen. 240
Hoe de Gilden en Broederschappen oudtyts de een of ander heilig toegevoegt wert, aan de welke zy op gezette tyden Godsdienstig plechtigheden bewezen. 241
Het konstgenootschap van St. Lucas te Dordregt opgerecht 1641; en door wie. 238 Geestig voorval wanneer de Keurvorst van Beyeren tot Antwerpen op de Konstkamer onthaalt wiert, beschreven. 246.247.248
M. Mierevelt verkrygt door zyn Konft van Hartog Albartus, in de hevigste vervolging vryheit van Godsdienst. 47
Gevaarlyk geval van Dirk van Hoogstraten in Duitslant. 160.161
Jan van Knik Wouterze, werd om de belydenis van zyn geloof verbrant. 51
Uil, kwaad voorteeken voor Kamphuizen. 125
Beteekenis van 't woort Tyran. 83
Hoedanig onder de Heidenen de Offerdieren wierden gekranst wanneer de zelve voor den outaar gestelt, of ter slachtinge geleid wierden. 99
Offerstier moest wit wezen die voor Hemelgeden geslacht wierden, en dikzwart [ 387 ]wanneer de zelve aan een onderaardsche Godheit geoffert wert. 100
Een zwyn wiert aan Venus op de Bruiloften om de voortteelinge te begunstigen,aan Ceres om dat zy de akkers niet omvroeten zouden geoffert, een zogende Bigge aan de Grensgod Terminus, en aan Jupiter een zwyn, schaap en stier, alle vyf jaren. 109.110
Aan de Tuingod Priapus wierd jaarlyks een Ezel, en de ingewanden aan Vesta geoffert. 110
Menschslachting op de Feestdag van Saturnus, ontsproten uit misduiding van het Orakel. item.
Aan Bacchus, wiert een Ram of Bok geoffert, en de rede waarom. 111
Alle de gereedschappen Slachtbyl, Messen, Schotelen, Kroezen, Wierookkandelaar, de Kiekenkeve, Wichelstaf, Altaar en Tempelsierzelen, en wat voorts tot den toestel der Heidensche offerhande behoorde, beschreven en in print vertoont. 97.98
De Feestdagen van Mars en Venu wierden van de mannen in vrouwen gewaat, en van de vrouwen in mannen kleederen geviert.
305
en dereden waarom.
306
Menigerhande verbeeldingen van Jupiter, Venus, Diana, Marcurius enz, aangewezen. 307.308.309.310
Fabel van Pan en Seringa verklaart. 157
Wie Pomona, Vertumnus
80
Amarillla, Andromeda en Iaëton was
206
,
zyn val in vaarzen afgefchetst door J, v. Vondel, en L. Rotgans.
207
Dryvoetschragen; wat gebruik de zelve hadden, haar gedaanten aangewezen op een penning van Vitellius. Antoninus en M. Lcpidus. 143
Altaar van Hoornen door Apollo te Dedos gebout, geestig op de mannen toegepast. 108
't Kleederscheuren by de oude Hebreen in gebruik. Om welke rede, en op wat onderscheide weizen 't zelve gefchieden, aangetoont. 101
Oudtydze wyze van Dooden begraven zoo by Joden als Heidenen, nevens de verschelige omzwachtelingen der Lyken, uit oude bestempelingen betoogt, en door een print verbeelding vertoont. 182.190.191.192
Aanwyzing der misslagen begaan in 't verbeelden van het Kruis van Kristus. 193.194.195
En in de wyze van hetzelve te dragen. 196
Dat ook de Booswichten die met Kristus gekruist wierden, ook een opschrift der beschuldinge boven hun hooft gehad hebben, betoogt. 197
Bericht ontrent de gedaanten der Grafsteden. 199.200
De herkomft der Grafschriften, en tot wat einden de zelve in gebruik zyn gekomen, aangewezen. 200.201
Aan de vinding van 't Heilig Kruis door Helena weinig geloof toegeschreven.
279
ook het verhaal van Longi[ 388 ]nuis, die de zyde van Kriftus met een speer doorsteken heeft, tegen gesproken.
281
Wat Lala van Cycicus, Mariette Tintoret, Propertia, Claudia Stella, Sappho, Aspasia, Teano van Creta,
en Arete berucht gemaakt heeft.
311.312.313
Potzige bedryven van Adr. Brouwer.
325. 326.327
Is tweemaal begraven.
332
Kluchtspel van Bamboots te Rome voorgevallen beschreven. 361.362
Geestig Huwlyks verzoek van een Juffrouw aan de Konstschilder vander Koogen potzig afgeslagen. 351
Geestige wyze van de laatste afscheitkus van Bega aan zyn beminde. 349
Dionyzius rooft uit spotterny de goude mantel van Jupiter Olympius. 305
Potzig bedryf ontrent Fr. Hals gepleegt. 93
't Kluchtspel van Adam en Eva door Rembrant gestoort. 256
Belachlyk byvoegzel agter de Beeltenis van Kleopatra geschildert. 103
Stekelig antwoort van Rafael tegens Mich. Angelo, en van M.Angelo tegens de Paus. 78
Grootmoedig antwoort van Rubbens aan Jan Duc de Bragance. 69
Geestig antwoort van Ant.v. Dyk aan de Koningin van Engelant. 187
Van Rubbens aan de Alchemist Brendel. 73
Van een Beeldsnyder aan zyn Biegtpaap. 127
Van een Satyr aan zyn huiswaart. 157
Van een Schilder als hem een tafereel van St. Lucas vertoont wert. 293
Potzig antwoort van A. Brouwer aan zyn huiswaart. 125
Slecht antwoort van Adr. van Linschoten aan een Predikant. 146
En van Em. de Wit aan de Consul van de Koning van Denemarken en aan G. Laires. 284
Hoe het Tydstip in een Historie van de Schilders moet waargenomen worden. 365
En de misslagen daar ontrent begaan door verscheiden voorbeelden aangewezen. item.
Hoe, zoo ymant met nut na 't naakte leven teekenen wil, hy zig voor af moet oeffenen naar teekeningen en pleister van de beste meefters; zoo om de spieren der menschen lichamen als het schoonste van het schoone te konnen onderscheiden.Wort ook een zekeren weg aangewezen om de gemoedsdriften door vaste kentrekken in der menschen wezens te verbeelden. 263.264.265.266
Hoe dat zommige Schilders even als de Dichters waardige en grootze voorwerpen, andere weer het veragtste, of enkel potzeryen hebben verbeelt met voorbeelden betoogt. 372.373
En eindelyk de Schilderjeugt tot het prysselykste aanspoort. 379