De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Pieter vander Plas
| ← Joannes Wildens | De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1 (1718) door Arnold Houbraken | Jakobus de Geest → |
[ 219 ]
Wie zou den tyd, indien hy wezentlyk was, niet met scheve oogen begluren, om dat zoo menig konstwerk, door den zelven zoodanig vergruisd is dat'er byna niets overblyft, om des werkmeesters roem te bestempelen? Gelukkiger zyn daarentegen geweest, zulke welker konstwerken de woedende klauwen der oproerige Beeldstormers ontrukt, of door byzondere voorzorge bewaard, voorhanden zyn: om den naam van hunnen maker in spyt van den tyd eeuwen te doen leven op de tongen der konstlievenden, en tot voorbeelden van naarvolging te strekken. Dus is het gegaan met de konststukken van den Hollandschen PIETER VAN DE PLAS, tot welkers loffelyke gedagtenis Korn. de Bie van hem zeit: Hy verdient een groote eer, en afgescheiden te wezen van alle konsthatende berispers, als die in veel deelen van de konst anderen overtreft en te boven gaat, waarom de re- [ 220 ]de vereist hier te gedenken aan de treffelyke ordonantien die Pieter vander Plas heeft in zynen tyd door zyn konstpenceel, tot verwonderinge van alle liefhebbers, voortgebragt, mits daar in is te bespeuren dat de natuur hem mild begonstigt heeft met de gaven van de uiterste volmaaktheit die in't leven kan gezien worden, gelyk tot Brussel en in andere uitlandsche steden nog van zyne werken te vinden zyn, welke getuigen dat hy zonder beroeminge niemant in onze eeuw in grooter volmaaktheid naar reden, proportie en eisch van eenige schilderkonst behoefde te wyken. Hy is binnen Brussel gestorven.